Het is geen geheim dat verschillende hogeronderwijsinstellingen de wet omzeilen door masteropleiding op papier te laten voldoen aan de taalwetgeving, maar in de praktijk deze wetten volledig in de wind slaan. Vooral de wetenschappelijke en ingenieursopleidingen hebben sterk te maken met dit probleem, maar ook elders duikt het meer en meer op. Zelf denken de instellingen dat dit een nipt acceptabele praktijk is, en ook de regeringscommissarissen hebben nog niet veel initiatief getoond om dit probleem aan te pakken. Ik heb de laatste twee weken de relevante wetgeving grondig bestudeerd, en toon in dit artikel aan dat de instellingen wel degelijk ongelijk hebben, en dat de regeringscommissarissen dringend werk moeten maken van dit probleem

Over spookvakken en spookopleidingen

Er bestaat geen juridische definitie van een spookvak of een spookopleiding, omdat er van dit fenomeen nog geen sprake was toen de taalwetten werden hervormd in 2012. Een spookvak is een vak dat officieel Nederlandstalig is, maar in de praktijk in het Engels gedoceerd wordt. Deze komen voor als er voor dezelfde opleiding zowel een Nederlandse als Engelse variant bestaat. Om kosten te sparen worden een heel aantal Engelse vakken in het Nederlandse traject gestoken. Volgens de CHO (Codex Hoger Onderwijs) Art.II.261 §3 mag echter maximaal 50% van een Nederlandse masteropleiding anderstalig zijn (uitgedrukt in studiepunten). Dankzij de praktijk van spookvakken wordt die grens op papier niet overschreden, en kan men zo voorkomen dat men aparte Nederlandstalige lessen moet inrichten. De studenten die zich voor een spookvak inschrijven, worden op het leerplatform en tijdens de eerste les doorverwezen naar de Engelstalige variant.

Spookopleidingen zijn in feite niets meer dan een opleiding die volledig uit spookvakken bestaat. De bestaansreden hiervan is de equivalantieregel (CHO Art.II.262 §2): ergens in Vlaanderen moet dezelfde opleiding in het Nederlands aangeboden worden. Een ander voordeel voor de instellingen is dat ze het totaalaantal masteropleidingen artificieel verhogen, met als gevolg dat het percentage van anderstalige opleidingen binnen het totale aantal opleidingen lager ligt dan daadwerkelijk het geval is. Hierdoor voldoet men makkelijker aan Art.II.266: maximaal 35% van de initiële masteropleidingen in Vlaanderen mogen anderstalig zijn (nu is dit officieel rond de 25%, maar het daadwerkelijke cijfer is dus onbekend).

Ik leg hier de focus op de masters. Door het hoge aantal Engelstalige masters is het veel makkelijker om een equivalent Engelstalig vak (uit de Engelstalige variant van de opleiding) te vinden, de Vlaamse studenten worden dan bij de Engelstalige colleges van dat vak gezet in plaats van colleges in beide talen in te richten.

Spookvakken en de taalwetgeving

CHO Art.II.261 behandelt de taal van het onderwijs en stelt zeer duidelijk dat de onderwijstaal in de hogescholen en universiteiten het Nederlands is. Deze bepaling wordt gevolgd door de uitzonderingsregels:

  1. Taalvakken
  2. Vakken gedoceerd door anderstalige gastprofessoren
  3. Vakken die op initiatief van de student aan een andere instelling gevolgd worden
  4. Vakken waar uit de expliciet gemotiveerde beslissing de meerwaarde voor de studenten en het afnemende veld en de functionaliteit voor de opleiding blijkt

Die laatste wordt dus gebruikt om de toegelaten 50% anderstalige ruimte op te vullen. Spookvakken die op papier Nederlands zijn, ontsnappen aan deze kwaliteitsregel.

Verder wordt er verwezen naar Art.II.270 en 271. Artikel 270 handelt over de taalcompetentie van de docent. Artikel 271 gaat over het begeleiden van studenten met de andere talen, en dat de studenten het recht behouden op Nederlandstalige evaluaties (behalve bij gevallen 1 en 3 in de lijst hierboven).

De rest van Art.II.261 gaat over het maximumpercentage van anderstalige vakken in de opleidingen.

Van zodra je lesgeeft, moet dat dus in het Nederlands, tenzij je gebruik maakt van een van de genoemde uitzonderingen. De instellingen gaan hier dan creatief mee om door gewoonweg geen lessen te organiseren. Als er geen lessen worden georganiseerd en alles dus zelfstudie is, dan is er geen onderwijstaal om regels op toe te passen. Als je op de website van de KU Leuven naar een spookvak kijkt, dan zal je bij de onderwijsleeractiviteiten onder werkvorm geen “werkvorm: college” terugvinden. In de plaats daarvan staat er “werkvorm: opdracht”. In het uurrooster staat er doorgaans maar één les ingepland voor het hele semester. Soms wordt er wel bijgezet dat het vak zelfstudie is en men kan aansluiten bij de Engelse variant (dit lijkt de favoriete methode aan de UGent te zijn). Bij minstens één, Wetenschap en Duurzaamheid: een socio-ecologische benadering, wordt er expliciet gezegd dat de twee groepen samen worden gezet en dat de voertaal Engels is (maar de hoorcolleges blijven geregistreerd als Nederlands). Hier en daar staan zelfs halve ECTS-fiches in het Engels.

Het hele zelfstudieargument valt nog verder uit elkaar als je je effectief inschrijft voor eentje. In de eerste les en op het leerplatform wordt er direct verwezen naar de Engelstalige variant en krijgt iedereen de opdracht om die te volgen. Binnen mijn eigen master toegepaste informatica aan de KU Leuven doet men alvast niet veel moeite om de schijn van zelfstudie hoog te houden. Als je je op Toledo niet inschrijft in de Engelstalige variant dan krijg je zelfs geen toegang tot de opdrachten die je moet doen, laat staan de rest van de leerstof. In die zin is er dus een contradictie tussen de ECTS-fiche en de praktische inhoud van het Nederlandstalig vak: het in de ECTS-fiche vermelde studiemateriaal wordt niet aan de zelfstudie student overgemaakt.

Er is dus feitelijk helemaal geen sprake van effectieve zelfstudie. Het enige moment dat men het effectief over zelfstudie heeft, is wanneer iemand over de taalwetgeving begint. Hier kan men enkel concluderen dat het Nederlandse vak in de praktijk niet wordt ingericht en dat de studenten in feite het Engelse vak volgen. De zelfstudie regeling is dus overduidelijk een achterpoortje waarmee de instellingen de wetgeving willen omzeilen.

Wie het verslag van de plenaire vergadering van 5 juli 2012, waar de taalwetgeving werd goedgekeurd, erop naleest, zal merken dat een van de beoogde doelen het sluiten van achterpoortjes in de taalwetgeving was en dat de parlementariërs meenden hierin geslaagd te zijn. Het idee dat de zelfstudie regeling, zeker op de manier waarop die wordt toegepast, conform de wet is, gaat dus tegen de intentie van de wetgever in. De instellingen hebben een maximumgrens van 50% anderstaligheid binnen een master gekregen en moeten zich daaraan houden.

In de Commissie Onderwijs heeft minister Crevits ook al gezegd dat deze praktijk niet kan:

De taalregeling die wij kennen, is een evenwichtsoefening. Het kan niet de bedoeling zijn dat die in de praktijk wordt uitgehold. Een opleidingsonderdeel waarvan de onderwijstaal het Nederlands is, moet ook in het Nederlands worden gedoceerd. Dat wil niet zeggen dat bijvoorbeeld anderstalige mediafragmenten of vakliteratuur niet aan bod kunnen komen.

Om hoger onderwijs te geven, moet je voortgaan op internationale wetenschappelijke inzichten, en die zijn uiteraard niet allemaal Nederlandstalig. Maar studenten hebben dus wel het recht om een opleidingstraject ook in het Nederlands te volgen, en dat moet meer zijn dan een loutere zelfstudie.

Ik ben er mij van bewust dat er over die aanbiedingsvorm decretaal geen richtlijnen bestaan, maar zoiets is niet conform de geest van de taalregelgeving.[1]

Spookvakken en ICT-recht

Naast de taalwetten is er ook relevante wetgeving uit het strafrecht. Valsheid in informatica (Art. 210 bis Sw.) en informaticabedrog (art. 504quater Sw.) zijn in sommige gevallen ook van toepassing bij spookvakken. Bij valsheid in informatica zijn deze drie aspecten belangrijk:

  1. Manipulatie van gegevens op een informaticasysteem (deze bepaling moet zeer ruim geïnterpreteerd worden)
  2. Juridische draagwijdte van gegevens veranderd
  3. Bedrieglijk opzet

Als er geen melding wordt gemaakt dat het vak geen lessen heeft (zelfstudie) of dat de lessen in het Engels zijn (zo is er ook een ECTS-fiche) wordt er een valse voorstelling van het vak gegeven. De nietsvermoedende student denkt dat hij zich inschrijft voor een normaal Nederlands vak maar wordt uiteindelijk bedrogen door de instelling. Naast de student wordt ook de regering bedrogen, die nu denkt dat de taalwetgeving gerespecteerd wordt terwijl dat niet zo is. Dit bedrog is intentioneel, aan deze voorwaarde is dus voldaan. De andere twee zijn ook makkelijk aan te tonen: het gaat om gegevens die op een website staan en juridisch relevant zijn (taalwetgeving).

Bij informaticabedrog zijn de voorwaarden gelijkaardig, alleen dan dat het economisch van aard is in plaats van juridisch. Aangezien de praktijk van spookvakken wordt toegepast om Vlaamse studenten bij de internationale studenten te zetten om zo minder lessen te moeten inrichten, wat een besparing oplevert, is er dus duidelijk sprake van een economisch voordeel dat hiermee verworven wordt.

De legaliteit van spookopleidingen

Spookopleidingen zijn een collectie van spookvakken, en dus inherent problematisch. Qua wetgeving werkt het op dezelfde manier als de normale masteropleidingen waar er gezondigd wordt tegen de 50%-regel. Als alle spookvakken dus gezien gaan worden als anderstalig, gaan beide gevallen in tegen Art.II.268. Dit betekent dat de opleiding gezien wordt als anderstalig, waardoor het maximumpercentage van de anderstaligheid van het opleidingsaanbod dichterbij komt. Bovendien moet de instelling een equivalente opleiding aanbieden, tenzij de Commissie Hoger Onderwijs een uitzondering toekent.

Conclusie

Ik ben geen juridisch expert, maar op basis van het voorgaande durf ik te zeggen dat de praktijk van spookvakken en spookopleidingen onwettelijk en zelfs frauduleus is. De enige reden dat de instellingen blijven geloven dat dit wel mag, is omdat er in de praktijk niets tegen wordt gedaan door de regeringscommissarissen. Deze zeggen dat ze geen klachten krijgen van studenten (die de wetgeving niet kennen) en onmogelijk alles zelf kunnen controleren. Hier is nu verandering in gekomen, als ingelezen student heb ik een kort lijstje van spookvakken ingediend bij de Regeringscommissaris. Het zou goed zijn moesten ze een duidelijk standpunt innemen en de overtredende instellingen op de vingers tikken, als het duidelijk is dat deze praktijk onacceptabel is stoppen de instellingen hopelijk vanzelf met spookvakken. Ze zouden vervolgens ook moeten nagaan hoeveel opleidingen in de praktijk anderstalig zijn en welke gevolgen dit heeft voor de quota’s en het equivalentieprincipe.


Luc v. Dalton, master toegepaste informatica

[1] Vraag om uitleg over het aanbod anderstalige opleidingen in het hoger onderwijs van Koen Daniëls aan minister Hilde Crevits, Commissie Onderwijs, 8 december 2016