Auteursrechten Jozef Dauwe
Ingescand door Mathias Van Aken
CLUBCODEX (1996)
WETTEN EN VOORSCHRIFTEN
DE CLUB EN HAAR LEDEN
- De club is een groepering van studenten uit hetzelfde gewest. Zij stelt zich tot doel de opvoedende kracht van het studentenverenigingsleven te benutten tot het vormen van een studentikoos leven in een geest van tucht, stijl en kameraadschap
bis - In uitzonderlijke gevallen worden verenigingen die niet gebaseerd zijn op een regionale indeling toch als club erkend, op voorwaarde nochtans dat zij een clubbestuur hebben en de leden tevens aangesloten zijn bij hun regionale club
- De club erkent de leiding van het Seniorenkonvent of KVHV waarvan zij deel uitmaakt. Aan de praeses van het Seniorenkonvent wordt voor elke clubavond een uitnodiging gezonden.
- De clubs vergaderen tenminste éénmaal per maand.
- Het bestuur van de club bestaat uit de praeses of senior, de vice-praeses, de ab-actis (secretaris), de quaestor (penningmeester) en de schachtenmeester
.(1)
- Het bestuur van de club kan bij uitzondering een ouderejaars uit een ander gewest als lid aanvaarden, op voorwaarde dat hij reeds lid is van de club van zijn eigen gewest en het bestuur van deze club ermee instemt. Dit sympathiserend lid moet in zijn tweede club een proeftijd doormaken als schacht, heeft geen stemrecht en is niet verkiesbaar tot enige bestuursfunctie. Hij wordt commilito extra muros genoemd.
-
a) Het bestuur van de club dat een lid uitsluit, geeft hiervan kennis aan het bestuur van het Seniorenkonvent met opgave van redenen. Beroep van het uitgestoten lid op het bestuur van het Seniorenkonvent is mogelijk.
b
) Het bestuur van de club mag geen student als lid aanvaarden die uit zijn eigen gewestelijke club werd gesloten.
- De leden van de club heten commilitones.
- De commilitones zijn ingedeeld in oud studenten, ouderejaars en schachten. De schachten of eerstejaars blijven tot hun ontgroening in een toestand van onderdanigheid. die op de clubavonden door de houding van de deelnemers en door uiterlijke tekenen tot uiting komen.
- Elke schacht krijgt bij zijn opneming in de club een ouderejaars als peter. Deze wordt bij voorkeur in dezelfde discipline of faculteit als zijn lijfschacht gekozen Hij draagt er zorg voor dat de schacht geregeld de vergaderingen bijwoont, leidt hem in samenwerking met de schachtenmeester op tot een deugdelijk commilito
en helpt hem met zijn studies. De schacht is zijn peter dienstbetoon verschuldigd.
- Ouderejaars worden gedurende één semester als schacht behandeld en dan ontgroend.
- Commilitones honoris causa zijn studenten of oudstudenten die geen commilitones of oud-studenten van de club zijnde, wegens grote verdiensten jegens de club of de Vlaamse studentenbeweging op voorstel van het bestuur bij besluit van het algemeen convent, daartoe als zodanig zijn toegelaten.
- Ereleden (bij de Vlaamse studenten gebruikelijke term voor begunstigers) zijn zij die door geldelijke bijdragen de club steunen en door het bestuur als zodanig zijn toegelaten.
- De bijzondere werking van elke club wordt verder geregeld door eigen statuten.
DE CLUBTAFEL EN DE CORONA
- De aanzittenden aan de clubtafel maken de corona uit.
- De corona is samengesteld uit ouderejaars (en gelijkgestelden), schachten en eventueel gasten.
- De oud-studenten en de commilitones honoris causa worden aan de clubtafel met de ouderejaars gelijkgesteld. Zij zijn onderworpen aan de praeses en aan al de voorschriften van de Clubcodex die toepasselijk zijn op de ouderejaars.
- Het bestuur heeft het recht ereleden en buitenstaanders op een clubavond te introduceren. Deze aanzittenden worden gasten genoemd en zijn niet onderworpen aan de voorschriften van de Clubcodex. Zij zullen er evenwel op waken de tucht niet te verstoren.
- Genodigde commilitones van andere clubs worden met de eigen commilitones gelijkgesteld.

- De clubtafel wordt opgesteld in de vorm van een lange rechthoek, een hoefijzer of een hark met drie of meer tanden, naar gelang het aantal aanzittenden, met steeds een tafel aan het boveneinde voor de praeses, rechtover de tafel van de schachtenmeester (contra-praesidium), wiens plaats aan het benedeneinde is.
- De ouderejaars (en gelijkgestelden) zitten rechts en links aan de lange zijden, van de praeses naar het benedeneinde van de tafel toe. De schachten zitten eveneens aan weerszijden van de Schachtenmeester naar het midden van de tafel toe. Zij maken de schachtenstal uit.
- De plaats van de erepraeses
(2) is aan de rechterzijde van de praeses. De abactis zit rechts van de praeses (of de erepraeses), de quaestor links van de praeses. De bovenste plaatsen worden verder ingenomen door de gasten en de oud-studenten, met voorrang voor de ex-praesides. Voor de oud-studenten en ouderejaars geldt als grond tot voorrang het aantal jaren lidmaatschap in de club.
DE LEIDING VAN DE CLUBAVOND
De Praeses
Hij die stijl vertoont in zijn stoffelijke en zedelijke verzorging, keurig in kleding, woord en gebaar, die tucht verkrijgt, niet met geweld, doch met de vormen van zijn innerlijk en uiterlijk prestige.
- De gehele corona is aan de macht van de praeses of senior onderworpen. De praeses staat voor het tucht en stijlvol verloop van de clubavond in. Hij zit de vergadering voor, regelt het verloop ervan, bepaalt de samenzangen en rondgezangen, mag solozingen en speechen aan elk lid der corona opleggen, beveelt silentium, verleent colloquium, verbum en tempus, legt straffen op, zit de plechtigheden voor, en ontgroent de schachten.
- De praeses staat boven de wet, d.w.z. dat bij gebeurlijke fouten door hem tegen de voorschriften van de Clubcodex begaan, geen straf op hem kan worden toegepast.
- De praeses wordt door de schachtenmeester aangesproken als Hoog Praesidium, door de overige leden der corona als Senior. Aan de clubtafel richten de schachten nooit het woord tot de praeses Zij vernoemen hem eventueel in hun speechen als Het Hoog Praesidium.
- Verlaat de praeses zijn plaats, dan stelt hij een plaatsvervanger aan door hem zijn commandodegen te overhandigen. Voor de vervanging van de praeses komen in aanmerking volgens rangorde: de erepraeses, de ex-praesides, de bestuursleden.
De schachtenmeester
- De macht van de schachtenmeester (SM) aan de clubtafel is aan die van de praeses onderworpen en strekt zich enkel uit over de schachten. De schachtenmeester verleent ofweigert verbum en tempus aan de schachten na voorafgaande aanvraag bij de praeses. Hij doopt de schachten.
- De schachtenmeester wordt door de schachten aangesproken als Meester.
- Verlaat de schachtenmeester zijn plaats, dan stelt hij een plaatsvervanger aan door hem zijn commandodegen te overhandigen. Voor de vervanging van de schachtenmeester komen in aanmerking, volgens rangorde: de oud-schachtenmeesters en de bestuursleden.
- De schachtenmeester mag de clubtafel niet verlaten tijdens de afwezigheid van de praeses.
Commando

- Aan de clubtafel hebben de praeses en de schachtenmeester een degen, een stok of een hamer
(3). Elk commando van de praeses en van de schachtenmeester wordt, rechtstaande gegeven en wordt voorafgegaan door een slag met de commandodegen op de tafel.
- Aan elk commando moet ogenblikkelijk gevolg gegeven worden.
- Onbevoegd commandoroepen wordt gestraft
(§ 80).
SILENTIUM EN COLLOQUIUM
- Silentium moet in acht genomen worden:
1) Telkens de praeses het gebiedt;
2) Tijdens de plechtigheden;
3) Tijdens de lezingen, speech en liederen.
- De praeses alleen mag het silentium onderbreken.
- Silentium duurt tot het commando van de praeses: Silentium ex! Colloquium!
- Tijdens het colloquium wordt gepraat, geschonken en toegedronken - echter niet gezongen - en mogen de leden der corona, die tempus bekomen hebben, de clubtafel verlaten.
VERBUM
- Verlangt een ouderejaars het woord, dan staat hij recht en richt zich tot de praeses met de woorden: "Senior, peto verbum." De praeses willigt in met: "Habes!" of weigert met: "Non habes!"
- Verlangt een schacht het woord, dan richt hij zich tot de schachtenmeester met de woorden: "Meester, peto verbum." De schachtenmeester richt zich tot de praeses met het woorden: "Hoog Praesidium, peto verbum pro schacht NN", waarop de praeses antwoordt: "Habet!" of "Non habet!" De schachtenmeester zegt dan tot de schacht: "Habes!" of: "Non habes!"
- De praeses heeft ten allen tijde het recht elk lid der corona het woord af te nemen.
- Wanneer de praeses zich tot de corona richt, zegt hij: "Commilitones!" Elk ander lid van de corona begint zijn toespraak met de woorden: "Senior, commilitiones!", de schachten evenwel met: "Meester, commilitiones!"
- Heeft een lid van de corona zijn toespraak beëindigd, dan richt het zich tot de praeses (schachten tot de schachtenmeester) en zegt: "Dixi."
TEMPUS
- Wenst een ouderejaars gedurende enkele ogenblikken zijn plaats aan de clubtafel te verlaten, dan richt hij zich tot de praeses met de woorden: "Senior, peto tempus." De praeses willigt in met: "Habes!" of weigert met: "Non habes!"
- Bij het verlaten van de clubtafel legt de ouderejaars zijn Clubpetje boven op zijn glas Wanneer hij op zijn plaats terugkeert zegt hij tot de praeses: "Tempus ex." en zet zijn clubpetje weer op.
- Voor de schachten gelden dezelfde voorschriften met betrekking tot de schachtenmeester. De schachtenmeester vraagt tempus voor de schachten aan de praeses op dezelfde wijze als verbum
(§ 38).
- Tempus mag enkel gedurende het colloquium aangevraagd en
verleend worden.
- Gewoon tempus duurt ten hoogste 3 minuten. In bijzondere gevallen, waarover de praeses oordeelt, kan het tempus verlengd worden.
- De praeses heeft het recht het aantal commilitions die gelijktijdig tempus krijgen, naar goeddunken te beperken.
- Op geregelde tijdstippen van de clubavond verleent de praeses tempus commune, dit is een algemene pauze, die geldt voor de ganse corona en ongeveer 10 minuten duurt. Tijdens dit tempus commune mogen de aanzittenden de clubtafel verlaten en worden de voorschriften van de clubcodex geschorst; er wordt ook niet geschonken. Op de door de praeses vastgestelde tijd moet elk lid van de corona zich opnieuw in de clubzaal bevinden.
VAN HET ZINGEN
Wanneer Vlaamse studenten op een cantus of een clubavond, in een optocht of voor de radio, hun eigen Vlaamse studentenliederen niet zingen, leggen zij een getuigenis af van onmacht en gebrek aan persoonlijkheid. Straatjesliedjes van de soort "En edde gaai meubelen zingen is zich verlagen. Duitse soldatenliederen in 't openbaar zingen is de beweging in opspraak brengen.
- Elke commilito heeft aan de clubtafel dit studentenliederboek.
- Het liederboek wordt links van het glas op de tafel gelegd en na elk lied gesloten.
- Indien geen cantor of machinist verkozen is, duidt het bestuur van de club ieder jaar onder de commilitones een eerste en een tweede cantor (voorzanger) en een eerste en tweede machinist aan.
- De cantor heft de liederen aan op de clubavonden. Daarbuiten heeft hij tot taak de liederen uit het studentenliederboek te leren zingen op de schachtenkonventen en de cantus-avonden.
- Wat de liederen betreft. onderscheidt men samenzangen, rondgezangen en alleenzangen.
- De samenzangen en rondgezangen worden door de praeses bepaald.
- Een samenzang geschiedt als volgt. De praeses zegt: "Tot inzet - verder verloop - slot - van deze heerlijke clubavond klinke (titel van het lied). De schachtenmeester herhaalt de titel van het lied met het commando Schachten, bladzijde! Elke schacht zoekt de bladzijde in zijn liederboek op en staat recht zodra hij ze gevonden heeft; wanneer al de schachten rechtstaan. herhaalt de schachtenmeester nogmaals: "Schachten, bladzijde!" en op slag van zijn commandodegen roepen de schachten samen elk cijfer afzonderlijk af. De machinist speelt de eerste drie maten. De praeses beveelt: "Ad primam!" De cantor zet het liedje in, gevolgd door de corona. Elke strofe wordt voorafgegaan door een commando van de praeses: "Ad secundam!", "Ad tertiam!" enz. tot "Ad ultimam!"
- De praeses kan het zingen van een bepaalde strofe opleggen aan een gedeelte van de corona (schachten, ouderejaars, bepaalde faculteit, bepaald studiejaar, enz.)
- Bij het einde van de samenzang zegt de praeses: "Cantus ex! Prosit corona!" en drinkt hij de corona toe. Deze staat recht, antwoordt: "Prosit senior!" en volgt na.
- Elk lid van de corona is gehouden om naar vermogen mee te zingen.
- De praeses kan aan één lid of een groep leden van de corona een zang opleggen.
- Elk lid van de corona mag zich voor een alleenzang bij de praeses aanmelden. (schachten bij de schachtenmeester)
- Na een alleenzang zegt de zanger tot de praeses: "Cantus ex!" De praeses voegt er aan toe: "Prosit cantor!" en drinkt de corona voor, die navolgt.
- De nationale liederen, het clublied en het Io vivat
(4) moeten van buiten gekend zijn, en worden zonder behulp van het lieder boek gezongen. Voormelde liederen moeten met eerbied en waardigheid gezongen worden, d.w.z. dat de leden van de corona in de houding moeten staan en zich moeten onthouden van praten, roken en drinken.
VAN HET DRINKEN
Het drinken in gemeenschap was ten allen tijde één der middelen om de kameraadschap te bevorderen; het mag echter niet het enige doel van het clubleven zijn. Het bier is één van de bestanddelen van de clubavond, niet het hoofdbestanddeel.
- Aan de clubtafel mag alleen bier gedronken worden.
- Een lid van de corona dat bij het begin of in de loop van de clubavond redenen heeft om zich van het bierdrinken te onthouden, deelt zulks aan de praeses mede. Oordeelt de praeses de reden voor gegrond, dan verklaart hij bedoeld lid bierimpotent.
- Wie hierimpotent is, heeft zijn glas omgekeerd op de tafel staan. Hij is enkel van het drinken ontslagen en niet van deelneming aan samenzangen, plechtigheden enz., noch van de toepassing der voorschriften van de Clubcodex.
- De praeses heeft de dwingende plicht het overdadig drinken tegen te gaan met alle tot zijn beschikking staande middelen. Zo kan hij de hoeveelheid bier volgens duur en aantal beperken of bepalen dat slechts op zijn commando en een beperkt aantal malen zal geschonken worden. Op elk lid van de corona afzonderlijk kan hij de voorziene straffen toepassen (bierimpotent verklaren, verwijderen van de clubtafel,
§ 82 en
83). Niemand, ook de praeses niet, heeft het recht een lid van de coro-
na te dwingen boven zijn krachten te drinken.
- De schachtenmeester regelt de bediening van het bier aan de clubtafel. De glazen worden gevuld door de schachten.
- Inschenken geschiedt enkel tijdens het colloquium en in ledige glazen. Bijvullen is niet toegestaan.
- Tijdens het colloquium - en alleen dan - drinken de leden van de corona elkander toe, en uiten aldus hun vriendschap en solidariteit. Een lid van de corona richt zich daartoe tot een ander aanzittende met de woorden: "Prosit NN!" en steekt zijn glas in diens richting vooruit. Het toegedronken lid van de corona steekt eveneens zijn
glas vooruit en antwoordt "Prosit N N!" Beiden drinken dan één tot drie teugen en steken bij het afzetten het glas nogmaals vooruit.
- Elke dronk moet onmiddellijk en met dezelfde hoeveelheid beantwoord worden.
- Men mag niet meer dan een lid van de corona tegelijk toedrinken.
- Voor de praeses, de erepraeses, de ex-praesides, de praesides van andere studentenverenigingen, en de gasten, gelden volgende regels:
1) Zij mogen door niemand toegedronken worden, tenzij door elkander onderling.
2) Zij staan niet recht om bescheid te doen.
3) Oudejaars die door hen toegedronken worden, staan recht.
4) Zij drinken nooit een schacht toe.
- Een schacht mag enkel een schacht toedrinken. De schacht die door een ouderejaars wordt toegedronken staat recht om bescheid te doen.
- Op commando van de praeses kan de gehele corona of een gedeelte ervan, een lid of een groep leden van de corona toedrinken ("De corona drinkt NN toe!").
- Er wordt alleen of voor zichzelf gedronken (dus niet toegedronken) tijdens de lezingen, speech, mededelingen, alleenzangen, enz. (omdat het toedrinken in zulk geval storend inwerkt op de szpreker of de zanger en de aandacht afleidt)
- Er mag niet gedronken worden tijdens de plechtigheden en samenzangen, tenzij op commando van de praeses of wanneer zulks uitdrukkelijk door de liedertekst wordt voorgeschreven.
STRAFFEN
- Door het streng aanwenden van al de middelen die tot zijn beschikking staan, moet de praeses elke inbreuk op de tucht en elke stoornis van de gezelligheid onderdrukken. Een door de praeses opgelegde straf moet aan de clubtafel zonder
enige betwisting door alle leden va'n de corona aanvaard worden. Daarna kan de gestrafte het verbum vragen om zich te verdedigen.
- De straffen die de praeses, zonder overleg met de andere bestuursleden en zonder beroep, aan de clubtafel kan opleggen zijn drieërlei:
1) het pro poena drinken;
2) het bierimpotent verklaren;
3) het verwijderen van de clubtafel.
- Het pro poena drinken (in de kan sturen) is een openbare vernedering die door de pracses aan de clubtafel wordt opgelegd wegens kleine tekortkomingen. Als zodanig gelden: het gebruiken van verkeerde formules, onbevoegd commandoroepen, de praeses of de corona toespreken zonder recht te staan, als schacht de praeses toe spreken, zonder tempus te hebben verkregen zijn plaats te verlaten, spreken buiten het colloquium en zonder verbum te hebben gekregen, het clubpetje afnemen, het clublint verkeerd aan hebben, het liederboek na de zang geopend laten enz.
- Wanneer de praeses aan een lid van de corona het pro poenadrinken wil opleggen, richt hij zich tot dit lid met de woorden: "NN in de kan!" Het gestrafte lid staat recht, steekt zijn glas vooruit in de richting van de praeses, en drinkt tot het commando "Satis!" van de praeses; het steekt opnieuw zijn glas vooruit, gaat zitten, en herstelt eventueel het verzuim waarvoor het gestraft werd.
- Pro poena drinken bestaat uit één tot drie teugen.
- De praeses kan op elk ogenblik van de clubavond een lid van de corona bierimpotent verklaren. Deze straf wordt toegepast op elk lid dat door zijn handelswijze bewijst bij langer drinken gevaar te lopen zijn geest te benevelen.
- De praeses kan elk lid van de corona, dat op ergerlijke wijze de tucht of de gezelligheid verstoort of opgelegde straffen niet uitvoert, tijdelijk of voor de duur van de clubavond van de clubtafel verwijderen.
- Aan de schachten worden de straffen opgelegd door de schachtenmeester, op voorstel of op bevel van de praeses. De schachtenmeester mag evenwel een schacht in de kan sturen zonder overleg met de praeses.
- Ter beteugeling van sommige overtredingen voorzien de statuten straffen welke niet tot de in
art. 72 vermelde behoren. Het zijn hoofdzakelijk vermaningen en uitsluitingen.
- De vermaningen worden door de praeses (eventueel de schachtenmeester) gericht tot het schuldig lid, hetzij onder vier ogen, hetzij op een bestuursvergadering, hetzij op een konvent, naar gelang de afstraffing persoonlijk of openbaar behoort te zijn. Een lid dat een bepaald aantal vermaningen heeft opgelopen kan niet voor een bestuursambt in aanmerking komen; is het bestuurslid, dan moet het aftreden.
- Tot de tijdelijke uitsluiting voor één of meer vergaderingen of tot de definitieve uitsluiting uit de club, moet door het bestuur bij meerderheid van stemmen besloten worden. Bij staking van stemmen mag de praeses een tweede stem uitbrengen.
- Geldboetes zijn verboden, behalve bij het toebrengen van materiële schade aan het clubgerief of het clublokaal.
DE KLEUREN
Kleuren dragen betekent kleur bekennen uitkomen voor een gedachte. Pet en lint zijn geen modesieraden van de studenten; het zijn de zichtbare tekenen van hun overtuiging en hun solidariteit. Het zijn symbolen die hun drager tot waardigheid verplichten en met zorg en eerbied moeten behandeld worden. De pet verslonzen of enkel als regenpet dragen is gebrek aan eerbied voor het svmbool.
Het Wapenschild
- Het wapenschild van de studentenverenigingen heeft de vorm van het heraldisch Vlaams schild, horizontaal aan het hoofd en afgerond aan de voet. Op een schild worden geen benamingen, al dan niet afgekort, aangebracht.
- Het veld van het wapenschild van de club is dubbel geschuind (d.w.z schuins verdeeld in drie kleurstroken van de rechterhoek boven naar de linkerhoek beneden) Het draagt het monogram van de club, uitgevoerd in het goud, zilver of zwart. Het veld kan ook gedeeld zijn. (d.w.z. midden door, van boven naar beneden) In de linkerhelft van het veld heeft men dan de drie kleurstroken met het monogram. in de rechterhelft een ander wapen van de club. Aan het hoofd van het schild kan ook een faas (horizontale band) zijn, met een leuze (geen benaming!) of de kleuren zwart - geel - lichtblauw. De kleuren van de club - twee of drie - moeten steeds over drie banen of kleurstroken verdeeld zijn. zowel op het clublint en het clubpetje als op het schild en het praeseslint.
- Het monogram bestaat uit de letters V C F beginletters van Vivat, Crescat, Floreat, dooreengevlochten met de beginletters van de benaming van de club en gevolgd door een uitroepteken.

- Het wapenschild, dat 70 cm hoog en 50 cm breed is, wordt aan de muur van de clubzaal achter de praesestafel opgehangen. Het mag uitgehangen worden aan de gevel en in de gelagzaal van het clublokaal en afgebeeld worden op tafelvlagjes, bierkannen, glazen en ander clubgerief. Een verkleinde afbeelding van het wapenschild wordt op het drukwerk van de club aangebracht.
Het Praeseslint

- Het praeseslint is 2,10 m lang bij een breedte van 12 cm Het wordt bijeengehouden met een gouden of zilveren snoer en heeft aan de uiteinden gouden of zilveren franjes. Op het praeseslint kan ad libitum het wapenschild geborduurd wor-
den. Het schild is 10,5 cm bij 9 cm en wordt ahangebracht op 23 cm
afstand van de schoudernaaad, in de richting van de banen.
- Het praeseslint wordt boven de jas over de rechterschouder gedragen, met het schild op de borst.
- Voor de gelegenheid waarbij het praeseslint gedragen wordt, gelden dezelfde voorschriften als voor het clublint
(§ 101).
- De oud-studenten die praeses geweest zijn hebben het recht op de vergaderingen een copie van het praeseslint met het jaartal (academiejaar) van hun voorzitterschap te dragen. Het jaartal bestaat uit zes cijfers (bv 1968-69) en wordt in het goud of het zilver geborduurd op een strookje in de hoofdkleur van de vereniging, dat op 21 cm afstand van de schoudernaad of op 1 cm afstand van de bovenzijde van het schild wordt genaaid. De erepraeses draagt een copie van het praeseslint (eventueel met
jaartal) met een gouden of zilveren schouderpassant.
Het Clublint
- Het clublint is 1,20 m lang en 27 mm breed en uitgevoerd in de kleuren van de club.
- Het clublint wordt boven of onder de jas gedragen, naar gelang de praeses het bepaalt. De ouderejaars dragen het clublint over de rechterschouder, de schachten over de linkerschouder.
- De schachtenmeester draagt, wanneer hij zijn functie uitoefent, twee clublinten: één over de rechter- en één over de linkerschouder. Daarbuiten draagt hij slechts het clublint over de rechterschouder.
(5)
- De club mag een ereclublint schenken aan de erepraeses, een commilito honoris causa en, wegens uitzonderlijke verdiensten, aan een commilito of oud-student. Op een ereclublint worden twee gekruiste eikebladeren, in goud of zilver, geborduurd.
- Het clublint moet gedragen worden op de gewone vergaderingen, alsmede op alle bijeenkomsten, betogingen, feesten, bals, enz door verbond, gilde of club ingericht of waar ze aan deelnemen.
Het Clubpetje

- Het clubpetje bestaat uit de drie stroken van de clubkleuren als rand en de hoofdkleur als bodem. Op de bodem wordt het monogram van de club in goud of zilver geborduurd. Het clubpetje wordt op het achterhoofd gedragen.
(6)
- Het clubpetje is een onderscheidingsteken dat door de ouderejaars en de ex-commilitones gedragen wordt aan de clubtafel, alsook op feestmalen, bals, tuinfeesten en soortgelijke vergaderingen, belegd door de club.
- Aan de clubtafel worden de clubpetjes nooit afgenomen. Wanneer een lid van de corona tempus verkrijgt en de clubtafel verlaat, legt het zijn petje op zijn glas.
- Bij hun ontgroening krijgen de schachten het clubpetje uit de handen van de praeses.
- Een ex-praeses heeft het recht een clubpetje te dragen met in goud of zilver geborduurd eikeloof.
Het Clubvaandel
- Tenzij het zinnebeeldige figuren voorstelt, bestaat het clubvaandel uit drie banen in de kleuren van de club, met in het midden het monogram uitgevoerd in goud of zilver Het meet 1.30m op 1.50m. Op de kop van de stok staat een Vlaams of een gewestelijk symbool. (Leeuw, goedendag of mastetop, raap, bezem, mijnlamp, enz)
- Op de vergaderingen staat het clubvaaandel rechtop achter de praesestafel. Bij hun doop en hun ontgroening leggen de schachten de eed af op het vaandel.
- In optochten stapt de vaandeldraager vooraan tussen twee commilitones.
Voorgeschreven Kentekens
- Op de pet, het praeseslint en het clublint mogen, buiten de voorgeschreven onderscheidingstekenen, geen kentekens worden aangebracht. Pet en lint mogen niet moedwillig bevuild worden. Het bestuur heeft het recht aan de leden, op straf van uitsluiting, het vervangen op te leggen van petten en linten die bevuild of niet volgens het model zijn.
VERLOOP VAN DE CLUBAVOND
- Voor de aanvang van de clubavond wordt in de clubzaal alles in gereedheid gebracht door de schachten onder leiding van de schachtenmeester of een daartoe aangesteld bestuurslid. De schachtenmeester waakt over de orde in de clubzaal tot bij het binnentreden van de praeses. Hij draagt er zorg voor dat de schachten hoed en mantel van vooraanstaande aanwezigen aannemen, weghangen en na afloop van de clubavond terugbezorgen.
- De deelnemers aan de clubavond moeten zich met petje en clublint aan (plenis coloribus), in de clubzaal bevinden voor de opening van de clubavond door de praeses. Bij het binnentreden van de praeses staan alle aanwezigen recht en
heffen zij het "Io vivat" aan. De erepraeses, een afgestudeerde ex-praeses, een commilito h.c. en een eregast treden de clubzaal binnen samen met de praeses.
- De clubavond wordt door de praeses geopend met de woorden: "Omnes ad sedes! Silentium! Tot inzet van deze heerlijke clubavond klinke het clublied!"
- Op het zingen van het clublied volgen de mededelingen van de praeses en de verschillende bestuursleden. Elk lid van de corona kan dan het woord vragen om een mededeling te doen.
- Eventuele lezingen worden bij de aanvang van de clubavond gehouden.
- Op elke clubavond wordt het verslag van de vorige vergadering voorgelezen.
- Samenzangen, speechen, alleenzangen en plechtigheden wisselen elkander af naar het goeddunken vahn de praeses en worden telkens door colloquium gevolgd.
- Om bijval te betuigen wordt niet in de handen geklapt, doch met de kneukels van de vuist op de tafel geslagen.
- Na de eerste helft van de clubavond verleent de praeses tempus commune
(§ 48).
- Aan het slot van de clubavond kondigt de praeses aan: "Tot besluit van deze heerlijke clubavond klinke de Oude Roldersklacht!" Na het einde van het lied sluit de praeses de clubavond met de woorden: "Club ex!"
- De praeses doet de vooraanstaande deelnemers - aan wie de schachten mantel en hoed reiken - uitgeleide, terwijl de aanwezigen het "Io vivat" zingen.
Dan pas worden de clubpetjes afgenomen. De leden van de corona verlaten dadelijk de clubzaal, met uitzondering van de schachtenmeester en de schachten die opdracht hebben het clubgeriefweg te bergen.
VERLOOP VAN HET CLUBJAAR
- Het clubjaar valt samen met het academiejaar.
- De vergaderingen door de club belegd worden onder de volgende rubrieken gerangschikt:
1) Bestuursvergaderingen;
2) Clubavonden (bieravonden);
3) Cantusavonden;
4) Konventen;
5) Feesten (Feestmalen, bals, enz.).
- Er zijn vier vaste clubavonden, bij volgende gelegenheden:
1) De schachtendoop (eerste clubavond);
2) De Dies Natalis-viering, waarop al de leden van de club, commilitones, oud-studenten, commilitones honoris causa en ereleden, uitgenodigd worden;
3) De ontgroening (voorlaatste clubavond);
4) Het afscheid van de afgestudeerden (zwanezangen) en de installatie van de nieuwe praeses en de nieuwe schachtenmeester (laatste clubavond).
- Cantusavonden worden belegd om studentenliederen te leren zingen.
- Konventen zijn vergaderingen waarop de leden van de club bijeengeroepen worden om stemmingen uit te brengen, mededelingen te horen of aan beraadslagingen deel te nemen, die de werking van de club aanbelangen en omwille van hun ernstig en gewichtig karakter op de clubavonden niet thuis horen. Men onderscheidt algemene konventen en schachtenkonventen. Konventen worden gehouden telkens het bestuur zulks nodig acht. Zij kunnen juist voor de clubavond plaats hebben.
- Er zijn drie vaste konventen:
1) Een schachtenkonvent, dat gehouden wordt bij een aanvang van het clubjaar, voor de eerste clubavond, en waarop de schachtenmeester de hoofdzaken uit de Clubcodex en de geschiedenis van de club aan de schachten leert;
2) Een schachtenkonvent, dat de ontgroeningsclubavond (voorlaatste clubavond) voorafgaat;
3) Een algemeen konvent, dat de laatste clubavond voorafgaat en waarop o.m. het bestuur voor het volgend clubjaar verkozen wordt.
RONDGEZANGEN EN BIERSPELEN
-
AD FUNDUM PER JAAR
(lidmaatschap van de club)
De eerstejaars staan recht en drinken hun glas ad fundum terwijl de corona zingt:
En het eerste jaar gaat nooit verloren
Fal-deral-deriere, fal-deral-deriere,
En het eerste jaar gaat nooit verloren
Fal-deral-deral-deral-dera!
De eerstejaars gaan terug zitten; de tweedejaars staan recht en drinken hun glas ad fundum terwijl de corona zingt:
En het tweede jaar gaat nooit verloren
enz.
Elk jaar komt aan de beurt Om te sluiten staan allen recht, reiken elkaar met gekruiste armen de handen, en zingen:
En (naam van de club) gaat nooit verloren
enz.
-
AD FUNDUM PER JAAR
(studiejaar)
De eerstejaars staan recht en de corona zingt:
En al wie voor 't eerste jaar student is,
Sta recht! (bis)
Breng het glaasje aan de lippen,
Laat het zachtjes binnenglippen,
Breng het glaasje aan de mond,
En drink het uit tot op de grond!
Bij "breng" wordt het glas aan de mond gebracht. Eerst bij "drink" mag men beginnen te drinken. "Uit" wordt aangehouden tot de glazen geledigd zijn. Bij grond worden de glazen met één slag op de tafel neergezet. Dan zingt de corona:
Ja, dat voelen zij (bis)
Aan ons hartje, (bis)
Ja, dat voelen zij (bis)
aan hun jeugdig hartje.
De rechtstaande commilitones zingen:
Ja, dat voelen wij (bis)
Aan ons hartje, (bis)
Ja, dat voelen wij (bis)
Aan ons jeugdig hartje.
De tweedejaars staan recht, en de corona zingt:
En al wie voor 't tweede jaar student is,
enz.
Elk jaar komt aan de beurt. Zo er niemand rechtstaat, zingt de corona als refrein:
't Is mis! 't Is mis! 't Is mis! (bis)
Als er oud-studenten aanwezig zijn, wordt tot besluit gezongen:
En al wie niet meer student is,
enz.
-
AD FUNDUM PER FACULTEIT
Dit rondgezang wordt op dezelfde wijze als het vorige gezongen; de aanhef is als volgt:
En al wie voor "doktoor" (advocaat, ingenieur, enz) studeert,
Sta recht!
Bij elke strofe staan de studenten van een bepaalde faculteit of discipline recht.
-
AVE CONFRATER
Een Ave Confrater wordt gedronken door twee commiliton
es of door meer, doch steeds twee aan twee door de praeses aangeduid als beloning voor een bijzondere prestatie, of ten teken van verbroedering tussen twee clubpraesides, enz. De twee commilitones staan recht, kruisen onderling de rechterarm, en brengen het glas
ter hoogte van de mond.
Nr. I - zingt: Ave Confrater!
Nr. II - 'k Drink liever bier dan water,
Nr. I - Drink dan op commando van één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven (Bij "één" begint Nr II zijn glas uit te drinken. Het is leeg op zeven, hij antwoordt dan:)
Nr. II - Er is niets meer in mijn glas gebleven,
Nr. I Flectamus genua (beiden knielen),
Nr. II - Levate (ze staan weer recht) Ave Confrater!
Nr. I - 'k Drink liever bier dan water, enz (als boven)
-
AD FUNDUM-WEDSTRIJD
Dit bierspel bestaat hierin dat een groep commilitones om ter snelst hun glas ad fundum drinken. Nadat een jury, bestaande uit drie leden, is aangesteld, worden de glazen van de mededingende commilitones tot op dezelfde hoogte gevuld. Op het commando: "Een, twee, drink!" worden de glazen door de rechtstaande commilitones van de tafel genomen en om ter snelst geledigd. Wie het eerst zijn ledig glas op de tafel zet, is overwinnaar. Wie bier morst, is ipso facto gedisqualificeerd. Bij de aanvang van het academischjaar wordt onder schachten een ad fundum-wedstrijd ingericht voor het uitroepen van de schachtenkoning.
-
ESTAFETTENLOOP
Aan beide zijden van de clubtafel wordt uit verschillende commilitones een ploeg samengesteld. De mededingers staan recht, en hun glazen worden tot op dezelfde hoogte gevuld. Op het commando: "Een, twee, drink!" neemt het eerste lid van elke
ploeg zijn glas van de tafel en ledigt het om ter snelst (zonder bier te morsen). Wanneer de eerste mededinger zijn ledig glas op de tafel neerzet, neemt zijn gebuur, de tweede ploegmaat, zijn glas van de tafel en drinkt het om ter snelst leeg. Wanneer deze zijn glas neerzet, drinkt de derde ploegmaat, enz. De ploeg die het eerst al haar glazen geledigd heeft, wint de estafettenloop.
-
RONDGEZANG EN GERSTENAT
(7)
Een lid van de corona (gewoonlijk de praeses) staat recht, en zich tot zijn gebuur van rechts wendend, zingt het:
Rondgezang en gerstenat
Allen hier beminnen,
Daarom stuw met jonge kracht
't Pinteke naar binnen!
Broeder, uw zoet liefken heet?
Het aangesproken lid van de corona is ook dadelijk rechtgestaan, en heeft tijdens het zingen zijn glas ad fundum gedronken. "Naar binnen" wordt door de corona herhaald tot het glas geledigd op de tafel staat. Het aangesproken lid van de corona zegt dan de naam van zijn meisje. De corona zingt:
NN, NN. ze leve, ze leve!
Duizend kussen zal zij u
Bij dozijnen geven
Geven, ja geven,
NN leve lang!
Het tweede lid van de corona richt zich op zijn beurt tot zijn gebuur van rechts, en het liedje gaat zo de ganse corona rond om te eindigen bij de eerste zanger. Vóór het zingen van de strofe wordt "Rond" telkens door de corona zo dikwijls herhaald als er reeds leden gezongen hebben.
-
VIVE LA COMPANEIA
(8)
De strofen worden gezongen door een voorzanger, het refrein door de corona. Voorzanger en corona maken de gebaren die in de verschillende strofen aangegeven zijn. Het glas wordt ad fundum gedronken na het zingen van het refrein der 3de strofe.
1) Ik steek mijn pintje naar omlaag,
Vive la eompaneia!
En druk het teder aan mijn maag,
Vive la companeia!
Vivela, vivela, vivelala,
Vivela vivela, hopsasa,
Vive la eompaneia!
2) Mijn pintje voor het sterven moet,
Geef ik een kus tot afscheidsgroet
3) Ik hef mijn pint tot aan de mond
En drink ze leeg tot op de grond
4) Het pintje heeft zijn dienst gedaan I
En 't onderste moet boven staan.
5) Ei schachtje, kom nog eens langs hier
En vul mijn pint met schuimend bier!
6) Nu gaat mijn pint van keel tot keel;
Dat ieder drink, maar niet te veel!
-
DIS IN LUCHT
(9)
Alvorens het lied ingezet wordt, zorgt de praeses er voor dat zich aan beide zijden van elk tafeltje twee leden van de corona bevinden. Voor de gebaren vindt men voldoende aanwijzingen in de tekst.
1) Op van stoel, op van stoel,
Tra la la liere,
Op van stoel, op van stoel,
Tra la la la
2) Voet op stoel
3) Twee op stoel
4) Hand aan dis
5) Dis in lucht
6) Hand aan glas.
7) Glas aan mond
Praeses: "Ad fundum! Een, twee, drie!"
8) Glas op dis.
9) Hand van glas
10) Dis op grond
11) Voet van stoel
12) Twee van stoel
-
OUD TAFELLIED
(10)
De strofe wordt telkens gezongen door de corona, de verzen van 't refrein afwisselend door de rechterzijde en de linkerzijde van de clubtafel, rechtstaande en elkander toeroepend als bij een uitdaging, als volgt:
1. Edite! 2. Bibite! 1. Collegiales! 2. Post multa saecula!
1. Pocula nulla! 2. Post multa saecula!
1. Pocula nulla!
1. Nu aan het smullen!
Werp 't kommervolle masker af,
En drink de gulle,
Wijn tot aan 't graf,
Refrein
Edite, bibite, collegiales
Post multa saecula
Pocula nulla
2. Geen "koers" in d'Halle,
De prof heeft in de kele zeer,
We drinken allen
Ter zijner eer.
3. Jubelt als zotten
Broers, binst uw jongheid zoet en schoon
en plukt maar botten
Voor Bacchus kroon
4. Op vette akkers
Schieten de botten weelderig uit
Toch is 't de zonne
Die hen ontsluit.
-
OUDE-ROLDERKLACHT
(11)
De eerste vier strofen worden zacht gezongen in het halfduister, liefst bij kaarslicht, en in een traag tempo Het licht wordt weer aangedraaid véér het inzetten der laatste strofe, die levendig en sneller dan de vorige gezongen wordt.
Alle verzen worden door de ganse corona gezongen en niet alleen door de rechtstaande leden van de corona. De betrokkenen staan spontaan recht tijdens het lied; commando van de praeses hiertoe is overbodig en verbreekt de stemming.
Iedereen blijft zitten
1.
O vrij-studentenheerlijkheid
Waar zijt gij thans verzwonden?
O keer nog eenmaal, schone tijd,
Zo vrij, zo ongebonden!
Ik zoek U langs mijn wegen weer
En vind uw sporen nimmermeer!
Refrein:
O jerum, jerum, jerum,
O quae mutatio rerum!
De oud-studenten staan recht
2.
Waar zijn zij die voor 't Werchters bier
Hun laatste cent verdronken,
Als wereldbazen, op den zwier,
Met volle potten klonken?
Zij gingen, 't hart gebroken, voort
Van hier naar 't stil geboorteoord
Staan recht: stud. rer. pol., stud. rer. oec., stud. sc., stud. ir., stud. pharm.
3.
Daar ligt er een als man van plicht,
Op een bureau gebogen:
Staan recht: stud. phil., stud. paed.
Een ander ontplooit met koud gezicht
Zijn sehoolmeestersvermogen
Wie dacht ooit dat een schurk zo fijn
Zou zo pedant geworden zijn?
Staan recht: stud. med., stud. paramed.
4.
Een dokter preekt de matigheid,
En was hier grote rolder;
Staan recht: de bestuursleden
Ministers gaan met statigheid,
En woonden hier op zolder;
Staan recht: stud. jur.
De rechter straft nu drankmisbruik
En vroeger sliep hij met de kruik!
Al de leden van de corona staan recht, en reiken elkaar met gekruiste armen de handen.
5.
Sa vrienden, reikt elkaar de hand,
Opdat hij zich vernauwe
Der trouwe vriendschap heil'ge band,
De heil'ge band der trouwe
De glazen worden hoog geheven, en er wordt rechts, links en rechtover aangestoten.
Klinkt aan en heft omhoog het glas,
Nog leeft het oud studentenras!
De rechterzijde van de clubtafel zingt het refrein, terwijl de linker het glas ad fundum drinkt; dan zingt de linkerzijde het refrein en de rechterzijde drinkt.
Refrein van de laatste strofe:
Bibamus laeti merum,
Non est mutatio rerum!
Plechtigheden
-
SALAMANDER
De Salamander is een heildronk iemand of iets ter ere, en geen strafdronk of wedstrijd in sneldrinken. Het is het hoogste studentikoos eerbewijs dat een lid van de corona, of ook een afwezig persoon, aan de clubtafel te beurt kan vallen. Wanneer de praeses een Salamander aankondigt, worden de glazen leeggedronken en opnieuw gevuld. Het Salamander-commando wordt gewoonlijk door de praeses gegeven, zoniet door een door de praeses aangeduid lid van de corona; het gaat als volgt:
Praeses:
Silentium! Klaar voor de salamander op het heil van NN!
(ter ere van,)
Ad exercitium sanetissimi salamandris, omnes commilitones, surgite!" ("levate pocula", ingeval de corona reeds rechtstond)
Corona - Staat recht, heft het glas op en antwoordt: "Surgimus!" (of "Levamus!").
Praeses:
Brengt het glas op de hoogte:
Van de Nederlandse gedachte!
Van het Vlaams meisjesminnend hart!
Van (ad libitum)
Van de neus: snuif de lekkere geuren!
Van de bovenste lip : een kus tot afscheidsgroet!
Van de onderste lip!
Waar is er brand?
Corona: Hier!
Waar zijn de pompiers?
Corona: Hier!
Praeses: Zijn de spuiten klaar?
Corona: Ja!
Praeses: Spuit dan op het commando van drie
Een, twee, drie!
De glazen worden ad fundum gedronken. Met de ledige glazen wordt op de tafel getrommeld tot de praeses zijn glas opheft; op zijn commando van Een, twee, drie! worden de gla'zen samen met één slag op tafel neergezet. Dan zingt de corona:
Ja, dat voelen wij (bis)
Aan ons hartje, (bis)
Ja, dat voelen wij (bis)
Aan ons jeugdig hartje!
En 't is van jaren lang bekend (bis)
Dat alles zwicht voor een student! (bi.s-)
(12)
Praeses: Salamander ex!
-
SCHACHTENDOOP
Door de schachtendoop, die vooral een vermakelijk karakter heeft, worden de schachten als kandidaat-leden in de club opgenomen. Deze club, die de eerste is van elk academisch jaar, wordt op de gewone wijze geopend; de schachten zijn echter bij deze opening niet aanwezig. Na een inleidende speech van de praeses wordt elke schacht op zijn beurt in de weinig verlichte zaal binnengeleid tot voor de schachtentafel en doorstaat een proef. Achter de schachtentafel zetelt de doopkommissie, die bestaat uit de oudste leden der corona. Bij het einde van de proef wordt aan de schacht een peter (een oudere die liefst tot dezelfde faculteit behoort) aangewezen. De peters, die door het bestuur aan de schachten toegewezen werden, nemen hun schachten op de rug, en lopen ermee rond de club-tafel terwijl de ouderejaars aan de clubtafel zingen:
Wat komt er van de berg? (bis)
Wat komt er van de houten berg?
Sa, sa, houten berg,
Wat komt er van de berg?
De peters zetten hun schachten af achter de tafel van de schach-
tenmeester en zingen:
Het is een postiljon, (bis)
Het is een houten postiljon,
Sa. sa, postiljon,
Het is een postiljon
Ouderejaars aan de clubtafel:
Wat brengt de postiljon?
(In het derde vers wordt steeds "houten" ingelast)
Peters (elke peter blijft tot bij het einde van het lied achter zijn
schacht staan) :
Hij brengt een schachtje mee.
Schachten (telkens voorgezongen door de peters) :
Uw dienaar, mijne heren
Ouderejaars:
Wat doet de heer papa?
Schachten:
Hij leest de Cicero
Ouderejaars:
Wat doet de vrouw mama?
Schachten:
Die vangt papa zijn vlooi.
Ouderejaars:
Wat doet uw mamzel soeur?
Schachten:
Zijn stopt, zij stopt, zij stopt
Het gatin hare kous
Het gat in hare houten kous
Ouderejaars:
Wat doet de rector nu?
De schachtenmeester geeft de schachten enkele slagen en duwen
Peters:
Hij slaat de schachten blauw
Ouderejaars:
Mag onze schacht Jack op?
Schachten:
Niet al te veel, mijnheer.
Ouderjaars:
Zo steek uw pijp eens aan
Schachten:
Het wordt me nu zo naar, (bis)
Aai mij, het wordt me nu zo naar.
Ouderejaars:
Zo hoepel dan maar op, (bis)
Vooruit, zo hoepel dan maar op.
De peters nemen hun schachten weer op de rug, lopen nog eenmaal rond de clubtafel, en verlaten de clubzaal.
Ouderejaars:
Zo dopen we een schacht

Dan wordt het licht uitgedraaid, en worden de kaarsen op de tafel van de schachtenmeester aangestoken. Benevens twee kaarsen bevinden zich op de tafel van de schachtenmeester volgende requisieten: een doodshoofd, een zoutvat, een lepeltje, en voor elke schacht: een clublint en een glas met bier gevuld. De schachten worden één voor één, op verzoek van de schachtenmeester, door hun peter tot voor de tafel van de schachtenmeester gebracht
(13). De schachtenmeester heeft aan de binnenzijde van de tafel plaats genomen.
Hij spreekt de schacht met luide stem toe:
Schacht, kniel! Leg uw linkerhand op de kop van Pee Dierckx, steek uw rechterhand omhoog, en zeg me na!
Hier volgt dan een koddige eedformule, in macaronisch Latijn. Deze formule kan verschillen van club tot club; gewoonlijk komen er toch volgende zinsneden in voor:
Ego schachtus kolossalus / super hoc caput / calvidum et frigidum / jure jurando zwero / omnes cursos brossare / multas virgines amare et kussare / numquam aquam et limonadem bibere / multos pintos et cigarros / anciennibus offerare / juro sub hoc symbolum / quod si non teneo sermentum / ontploffare et stinkendo erevare / volvo jubeoque / si juvet mihi Bacchus
De schachtenmeester giet een lepeltje bier op het hoofd van de nog steeds geknielde schacht, en legt hem dan, met het lepeltje, zout op de tong. Hij beveelt hem vervolgens recht te stahan en zijn glas ad fundum te drinken. Dan zegt de schachtenmeester:
Ego, NN, schachtorum major, te recipio in civitatem amicitiae et in locum fidelitatis, ut sis schachtus in oboedientia.
Hier wordt het licht weer aangcdraaaid, en begint het ernstig gedeelte van de plechtigheid. De corona staat recht. Bijgestaan door de peter hangt de schachtenmeester het clublint over de linkerschouder van de schacht en zegt:
In naam van het hoog praesidium schenk ik U de kleuren van (naam van de club); draag ze steeds met eer en fierheid, verdedig ze met woord en daad waar het moet.
Met de hand op het wapenschild of het vaandel van de club, zegt de schacht dan de schachtenmeester na:
Ik beloof op mijn woord van eer al mijn krachten in te spannen om een goede schacht te zijn van (naam van de club)
De schachtenmeester geeft de schacht de accolade en de corona zingt het refrein of de eerste strofe van het clublied. De gedoopte schacht neemt aan de clubtafel plaats Het licht wordt opnieuw uit gedraaid en de volgende schacht wordt binnengeroepen.
-
INSTALLATIE VAN DE COMMILITONES HONORIS CAUSA
De personen die door de club tot commilitones honoris causa worden uitgeroepen
(§ 11), ontvangen de onderscheidingstekenen van hun titel op een clubavond, bij voorkeur op de jaarlijkse Dies Natalisviering. Na een toespraak, gehouden door de praeses of een daartoe bevoegd lid van de corona, en waarin gewezen wordt op de verdiensten van de kandidaat, wordt deze laatste tot voor de praesestafel geroepen, en ontvangt hij uit de handen van de praeses een diploma, alsmede een clubpetje en een ereclublint. De praeses geeft de accolade aan de commilito heel de corona zingt het refrein of de eerste strofe van het clublied, en drinkt een Salamander, het nieuwe lid ter ere.
-
ONTGROENING
Door de ontgroening wordt de schacht of het kandiaat-lid in de club opgenomen als ouderejaars of werkelijk lid. De ontgroening weigeren aan een schacht staat gelijk met hem uit de club sluiten; de ontgroening kan ook tot in de loop van het volgend academisch jaar uitgesteld worden, als sanctie bv. voor onvoldoende activiteit. Hieruit blijkt reeds dat de ontgroening een feit van belang is in het leven van de club en haar leden; aan de plechtigheid zelf moet dan ook (in tegenstelling met de schachtendoop) een uitsluitend ernstig karakter geschonken worden. De ontgroening geschiedt best op de voorlaatste clubavond van het academisch jaar; zodoende kan de plechtigheid eventueel uitgesteld worden voor de kandidaten die nog niet aan de nodige vereisten hebben voldaan, en hebben deze laatsten nog een kans op de slotvergadering. Zodoende ook wordt enkel door ouderejaars deelgenomen aan de bestuursverkiezing welke gehouden wordt op het algemeen konvent dat de laatste clubavond voorafgaat. Schachten hebben inderdaad geen stemrecht. Op een bestuursvergadering horen de bestuursleden van de club eerst een verslag van de schachtenmeester en de peters over het gedrag der schachten binnen en buiten de club (opkomst naar Verbonds-gilde- en clubvergaderingen; houding op de clubavonden) Daarna worden de schachten één voor één, vergezeld van hun peter, voor het bestuur opgeroepen. Zij worden ondervraagd over de geschiedenis van de club (die door de schachtenmeester werd aangeleerd op de schachtenkonventen in de loop van het academisch jaar); zij moeten het clublied en het Io Vivat (str 1 en 3) van buiten kunnen zingen en het monogram van de club kunnen tekenen; de toestand van hun clublint en hun liederboek zal worden onderzocht: waar het blijkt dat deze benodigdheden moedwillig bevuild werden, zullen de schachten deze moeten vernieuwen alvorens tot de ontgroening te worden toegelaten. Tot daar wat het examen of onderzoek betreft dat de plechtigheid voorafgaat, en buiten de clubavond plaats heeft.
Op de ontgroeningsplechtigheid zelf worden de oud-studenten speciaal uitgenodigd.
Na het zingen van het clublied door de corona. richt de schachtcn-meester het woord tot de rechtstaande schachten. om hen te wijzenop de betekenis van de ontgroening
Dan stellen de schachten zich op achter de tafel van de schachtenmeester. en worden ze één voor één door hun peters tussen de dubbele rij van de commilitones geleid tot voor de praesestafel. De gehele corona staat recht. Met de rechterhand omhoog en de linkerhand op het vaandel of het schild van de club, zegt de schacht de eedformule na die door de praeses wordt voorgezegd:
Ik beloof (naam der club) steeds trouw te zijn / aan haar beginselen onverbreekbaar vast te houden / vreugde en leed met haar te delen / haar eer en haar belangen te verdedigen / en voor alle commilitones een trouwe vriend en ware broeder te zijn.
Daarop verklaart de praeses:
Ego, NN, senior, ex autoritate et dignitate, te NN , commilitonem nomino, nominatum declaro, declaratum proclamo!
De ontgroende schacht overhandigt vervolgens zijn clublint aan zijn peter: de praeses hangt dan, bijgestaan door de peter, het clublint over de rechterschouder van de ontgroende schacht, zet hem het clubpetje op het hoofd en geeft hem de accolade. Terwijl de ontgroende schacht zijn plaats gaat innemen als laatste in de rij der ouderejaars, zingt de corona het refrein of de eerste strofe van het clublied. Wanneer al de schachten ontgroend zijn, verlaat de schachtenmeester zijn plaats en overhandigt het clublint dat hij over de linkerschouder draagt aan de praeses. Hij neemt dan plaats aan de linkerzijde van de praeses.
Dan hoort de corona (gezeten) nog een korte toespraak van de praeses tot de nieuwe ouderejaars,en het antwoord van een woordvoerder van deze laatsten. Een Salamander ter ere van de nieuwe ouderejaars besluit de plechtigheid.
-
INSTALLATIE VAN PRAESES EN SCHACHTENMEESTER
Praeses
De praeses treedt af en installeert zijn opvolger op de laatste clubavond van het academisch jaar. Nadat de praeses de corona heeft toegesproken, roept hij zijn opvolger tot voor de praesestafel, en zegt hem een eedformule voor, waarbij de nieuwe praeses getrouwheid zweert aan de statuten of het door de club nagestreefd ideaal, bijvoorbeeld als volgt:
Praeses
: Zweert ge onverbreekbaar trouw te zijn aan de beginselenwaarop (naam van de club) gegrondvest is, en aldus de traditie voort te zetten van NN, de stichter van onze club, en van N.N, (namen van al de opeenvolgende praesides)?
Opvolger:
Ik zweer.
Daarop neemt de praeses het praeseslint van zijn schouder, hangt het over de rechterschouder van zijn opvolger en zegt:
Ego, N.N, senior, abdico, et te NN, ex autoritate et dignitate, seniorem nomino, nominatum declaro, declaratum proclamo!
De afgetreden praeses geeft zijn opvolger de accolade en staat hem zijn plaats af. Hierop wordt het clublied gezongen. Nadat de nieuwe praeses hulde heeft gebracht aan zijn voorganger, wordt ter ere van deze laatste een Salamander gedronken. Ingeval de praeses herkozen werd, legt hij zijn praeseslint op de tafel; het wordt hem opnieuw omgehangen door de jongste van de op de vorige clubavond ontgroende schachten. Wanneer de installatie niet kan geschieden door de afgetreden praeses, wordt de plechtigheid voorgezeten door de erepraeses, de oudste der aanwezige ex-praesides, of een bestuurslid.
Schachtenmeester
De schachtenmeester treedt af wanneer al de schachten ontgroend zijn; hij verlaat (eventueel na het houden van een korte toespraak) zijn plaats, en overhandigt het clublint dat hij over de linkerschouder draagt aan de praeses.
De nieuwverkozen schachtenmeester ontvangt zijn tweede clublintuit de handen van de nieuwe praeses op de laatste clubavond van het jaar; hij neemt evenwel geen plaats aan de schachtenmeesterstafel, daar er geen schachten meer zijn.
-
AFSCHEID VAN DE LAATSTEJAARS
De commilitones die afgestudeerd zijn nemen als student, niet als clublid, afscheid op de laatste clubavond van het jaar (na de installatie van de nieuwe praeses). De praeses houdt een toespraak tot de laatstejaars, die daarna, ieder om de beurt hun zwanenzang zingen.
Het vaarwel der afgestudeerden of Zwanezang
1) Daar waren eens zeven kikkertjes
Al in een groene sloot
Toen kwam er een boer op klompen aan,
En die trapte ze allemaal dood.
2) Daar waren eens drie studentjes,
Drie vrienden in lust en in nood,
Ze sprongen zo moedig de wereld in,
En de wereld trapte ze dood
(Piet Paaltjens)
Deze speechen worden afgewisseld door het zingen van de volgende liederen: Ergo bibamus, Suid-Afrikaans Studentenlied, Tsjechisch Drinklied, Oude-Roldersklacht. Ten slotte zingen de laatstejaars samen het RUITERSLIED
(14), bij kaarslicht. Vooraf worden hun glazen gevuld; zij drinken ze leeg in drie slokken.
1) De bange nacht is weeral om,
Wij rijden stil, wij rijden stom,
Wij rijden ten verderve.
Hoe koud waait toch de morgenwind!
Waardin, nu nog een glas gezwind,
Voor 't sterven.
2) Hoe staat het jonge gras nu groen,
Maar bloeden zal het morgen doen,
Mijn eigen bloed zal 't verven
De eerste slok, met 't zwaard in d'hand,
Gedronken voor het vaderland,
Voor 't sterven
Hier wordt de eerste slok gedronken
3) De tweede slok van d'edele wijn,
Zal voor de heilige vrijheid zijn,
Voor vrijheid, land en erve;
Hier wordt de tweede slok gedronken.
De rest zij nog een huldeblijk,
De laatst' voor 't oud Romeinse rijk
Voor 't sterven
Hier wordt het glas geledigd.
4) Voor 't liefken, maar mijn glas is uit,
De spere blinkt, de kogel fluit,
Draag aan, mijn kind, de scherven!
Hier wordt het glas op de grond aan stukken geworpen.
Vooruit nu naar de laatste slag,
O ruiterlust, in vroege dag
Te sterven!
Appendix
-
CLUBNAAM
In sommige clubs is het aan de commilitones verboden elkander aan de clubtafel met hun familienaam of zelfs hun voornaam aan te spreken. Elk lid heeft daar een clubnaam; zulks betekent dat de student aan de clubtafel al de gewoonten uit het dagelijks leven moet afleggen en zelfs zijn burgerlijke naam vergeet. Elke schacht kiest zelf zijn clubnaam voor hij gedoopt wordt, deze naam moet evenwel door het bestuur worden aanvaard.
-
GESCHENKEN EN VOORWERPEN MET DE KLEUREN
Een club die een verdienstelijk praeses bij zijn aftreden wil huldigen, kan hem een ex-praeseslint
(§ 96) en/of een ex-praesespetje
(§ 106) schenken. Schachten en peters kunnen elkander een horlogehanger (Bierzipfel) met de kleuren van de club en een gegraveerde opdracht schenken. Tafelvlagjes met kleuren en monogram kunnen in het stamlo-kaal geplaatst worden en (met een opdracht op de keerzijde) geschonken worden aan verdienstelijke leden of aan andere kleurdragende verenigingen. Het schild of de kleuren kunnen afgebeeld worden op bierpotten, asbakjes, papierleggers, briefopeners, ringen, manchetknopen, dasspelden en kleine kentekens om op de kraag te dragen. Het clublint wordt bij voorkeur vastgemaakt met een knop met emaillekleuren. De kleuren zijn het kenteken van de academische gemeenschap waartoe men behoort en het uiterlijk teken van een innerlijke houding. Daarom mogen de kentekens van een kleurdragende studentenvereniging (Verbondspet, clubpetje, lint, horlogehanger met dekleuren) enkel gedragen worden door studenten en oud-studenten die als lid van de vereniging erkend zijn, en in geen geval gedragen worden door niet-studenten.
-
HOUDING BUITEN DE CLUB
Ook buiten de vergaderingen nemen de clubleden bepaalde vormen in acht. Zo zullen bv. in een drankgelegenheid studenten plaatsmaken of stoelen bijhalen voor oud-studenten die zich bij het gezelschap voegen; op dezelfde wijze handelen schachten tegenover ouderejaars. Wanneer een student in een openbaar lokaal een oud-student herkent, gaat hij naar hem toe en stelt zich voor. Oud-studenten worden aangesproken met hun academische titel (doctor, meester), hun eretitel of vroegere titel in de studentebeweging (erepraeses, praeses) of als commilito, nooit met het burgerlijke Meneer. Tegenover leden van andere Vlaamse studentenverenigingen wordt steeds een hoffelijke en sympathieke houding aangenomen, uit eerbied voor het gemeenschappelijk streven. Leidende figuren uit de studenten-en oud-studentenbeweging die een vergaderzaal of openbaar lokaal binnentreden, worden begroet door het zingen van het "Io vivat". Onder leden van éénzelfde club, ook tegenover oud-studenten, wordt geen gebruik gemaakt van de beleefdheidsvorm U. Men zegt gij, jij. Als aanspreektitel in een brief gebruikt men: Waarde (Ere-praeses, ex-praeses, oud-student, commilito) en als slotvorm: Met trouwe clubgroeten.

-
De schachtenmeester wordt ook wel schachtentemmer genoemd.
- Gewoonlijk een ex-praeses en altijd een oud-student.
- Degen met clubkleuren op het handvat; stok zonder kruk, model knuppel; kuipershamer.
- Het "Io vivat" (strofen 1 en 3 zonder onderbreking gezongen) is het lied van de gehele Nederlandse studentenschap in Noord en Zuid.
- Clublint en praeseslint worden op vergaderingen en feesten alsook in optochten liefst boven de jas gedragen, bij avondtoilet onder de rok. Buiten de vergaderingen wordt alleen het clublint gedragen en zulks onder de jas. (Het is wel verstaan dat zowel het praeseslint als het clublint over hun ganse lengte uit drie kleurenstroken bestaan en er geen zijde voor de rug is met lintjes. toespelden of elastiekjes!)
- Een elastiekje is dus volkomen overbodig!
- Naar het Duits.
- Hier kan de bierlaars rondgegeven worden; men mag ook de laatste strofe weglaten.
- Naar het Duits.
- X. Janssens. Naar het Duits Chr. W. Kindleben, stud. theol. Halle 1767
- K.D.W. Naar het Duits. Sedert 1825 bekend. Denkelijk uit Halte.
- Het klinkt als een hoon na deze heildronk vulgaire straatliedjes te zingen van de slag "En edde gaai meubele..."
- In geval van schachten te talrijk zijn om ieder afzonderlijk gedoopt te worden, kan men zulks met groepen doen.
- Emiel Vereecken, stud. jur. ca. 1907. Naar het Duits, G. Herwegh, Tubinger Burschenschaft 1835, Muz. J. Lyra, Bonner Burschenschaft 1843.
Niets van deze pagina mag zonder voorafgaandelijke toestemming van de auteur worden gekopieerd. De inhoud van deze pagina is auteursrechterlijk beschermd.
© Jozef Dauwe, KVHV
 |