OPINIE
Doorheen de geschiedenis hebben zich veel veranderingen voorgedaan. Toch zijn er ondanks deze veranderingen een aantal ongewijzigde fenomenen te bespeuren. Eén daarvan, de oorlog, is ook vandaag nog actueel. Dit artikel gaat na hoe we beter voorbereid hadden kunnen zijn op de thans hoogoplopende internationale spanningen indien we ons meer bewust waren van de opvattingen van politiek filosoof Carl Schmitt (1888-1985).
Internationale situatie
Sinds het ontstaan van de geschiedschrijving verhalen historici over de vele gewapende conflicten die zijn geleverd op het slagveld. Ook in de 21ste eeuw voeren groepen van mensen oorlog met anderen. In Afghanistan, Irak en Soedan, om enkele te noemen, zijn de afgelopen decennia gewapende conflicten uitgebroken. Deze conflicten hebben in ons land echter weinig verandering in beleid teweeg gebracht. Het is immers een ver-van-ons-bedshow en gaat bovendien slechts over derdewereldlanden. Waar zouden we ons in hemelsnaam druk om maken?
Ons land bleef gedurende deze oorlogen rustig verder vertoeven in een vredesroes. Zelfs nadat de oorlog in Oekraïne voor het eerst sinds WO II een gewapend conflict op Europese bodem betekende, bleef het (defensie)beleid nagenoeg ongewijzigd. Waarom zouden we ook? Sinds de oprichting van de NAVO in 1949 zijn we militair beschermd door de lidstaten van deze club… toch? Voormalig president van de VSA Joe Biden, sprak als grootste partner steeds zijn onvoorwaardelijke steun uit aan Oekraïne én Europa.
De mentaliteitswijziging in België kwam er vreemd genoeg niet naar aanleiding van een nieuwe oorlog, maar door de aanstelling van Donald Trump tot president van de VSA. Trump, die door onze media als anti-NAVO wordt voorgesteld, doet in feite niets meer dan de leden naast hun rechten ook op hun plichten wijzen – ondertussen 5% van het bbp investeren in defensie. België haalde de vroegere norm van 2% niet en kwam hier jarenlang mee weg. Nu er in Amerika een president aan de macht is die zwaar tilt aan nalatigheden, schieten de vrijbuiterslanden in paniek en wordt duidelijk hoe andere landen zich in essentie tot ons verhouden.
Carl Schmitt, Het Begrip Politiek
Carl Schmitt tracht in zijn boek ‘Het Begrip Politiek’ (1932) een wezensbepaling van het politieke te geven. Voor Schmitt ligt het wezen van het concept politiek in het onderscheid tussen vriend en vijand. Hierbij gaat het niet over de individuele vriend en vijand, maar over collectiviteiten, “vijand is alleen de publieke vijand” (40). De politieke vijand hoeft niet moreel slecht, esthetisch lelijk of een economische concurrent te zijn. Het volstaat dat hij de ander is – in essentiële en existentiële zin verschillend van ons.
Dat beide partijen bereid zijn de tegenstelling te beslechten in een gewapende strijd is een essentiële vereiste van het politieke voor Schmitt. Hierbij ligt in de strijd steeds de reële mogelijkheid van het fysieke doden besloten. De twee collectiviteiten (vriend en vijand) begeven zich niet pas in het politieke zodra een oorlog uitbreekt. “Oorlog is enkel de uiterste realisering van het vijandschap” (43). Indien beide groepen hier niet toe bereid zijn kan de tegenstander misschien wel een (economische) concurrent of (geestelijke) discussiepartner zijn, maar is hun tegenstelling niet van politieke aard.
Niet-politieke tegenstellingen zoals het economische, religieuze of morele, kunnen wel tot een politieke tegenstelling gemaakt worden indien beide groepen tot een existentiële strijd bereid zijn. “Het [politieke] duidt geen eigen domein van de werkelijkheid aan, maar alleen de graad van intensiteit” (48). Wie bepaalt er nu wie de vriend en vijand is en wanneer de vijand een bedreiging vormt zodat het tot een oorlogsverklaring komt? Voor Schmitt “komt het ius belli toe aan de staat als een wezenlijk politieke eenheid” (54).
Staat en samenwerking
Zoals reeds gezegd bestaan er veel soorten groepen. De soorten groepen die echter tot een strijd bereid zijn, zijn gering in aantal. Aangezien vandaag de dag voornamelijk staten hiertoe bereid zijn, zal ik verder enkel over dit soort collectieven spreken. Hoewel het voor een flamingant niet hoeft te verbazen dat natie en staat in de praktijk niet altijd samenvallen en dat het land waar het Vlaamse volk zich in bevindt problematisch is, is defensie een federale bevoegdheid en hangt een groot deel van de militaire bescherming van Vlamingen vooralsnog van dit niveau af.
Als reactie op de toenemende omvang van de Sovjet-Unie na WO II werd in 1949 de NAVO opgericht. Artikel 5 van dit verdrag, dat met grote regelmaat in de media wordt genoemd, beschouwt een aanval op één van de bondgenoten als een aanval op alle bondgenoten. Waarom zou ons kleine landje nog investeren in defensie als veel rijkere landen ons in geval van militaire dreiging toch te hulp schieten?
Deze militaire hulp is niet onvoorwaardelijk. Ons land heeft jarenlang verzaakt aan de plicht 2% van het bbp te investeren in defensie. Leiders van andere landen wezen ons hier steeds op, maar namen nooit harde maatregelen. Nu Trump niets anders zegt dan dat de gesloten akkoorden ook effectief nageleefd moeten worden, schieten leiders over heel Europa wakker en verhogen hun defensie-uitgaven. Decennia lang zijn we in slaap gedommeld en beschouwden we internationale bondgenoten als vrienden.
Vriend, bondgenoot of vijand?
Als klein land is het onmogelijk om te overleven zonder internationale akkoorden. Een gelimiteerde samenwerking met andere landen is dan ook een goede zaak. Wanneer de samenwerking echter decennia lang doorgaat, schuilt het gevaar dat men de andere landen niet meer als bondgenoten beschouwen, maar als vrienden.
Carl Schmitt lijkt in Het Begrip Politiek te suggereren dat een collectief een ander collectief ook tot vriend kan verklaren en niet noodzakelijk tot vijand. Mijns inziens is dit wel degelijk onmogelijk, althans op lange termijn en in theorie bekeken. Het is mogelijk dat we op dit moment en zelfs decennia lang met andere landen een relatie onderhouden die we als vriendschappelijk bestempelen. Zweden en Tsjechië zijn immers niet bepaald onze vijanden. Op dít moment kunnen wij hen misschien als vriend beschouwen, maar daarom nog niet voor altijd. Internationale veranderingen hebben een impact op onze internationale betrekkingen. Wie vandaag onze vriend is kan morgen de vijand zijn.
Op het internationale toneel zijn er in essentie geen vrienden – ieder ander land is per definite in potentie onze vijand. Ieder ander land draagt, doordat zij simpelweg niet met ons land samenvallen, de mogelijkheid in zich ooit tegenover ons te staan in een existentiële strijd. Zijn ze niet de reële vijand, dan wel de potentiële vijand. De term ‘bondgenoot’ hoeft niet noodzakelijk eerder met ‘vriend’ dan met ‘vijand’ geassocieerd te worden. “Het is niet nodig dat hij [de politieke vijand] als economische concurrent optreedt, en het kan misschien zelfs voordelig zijn om zaken met hem te doen”, stelt Schmitt (38).
Bondgenootschappen met vijanden (zij het de reële, zij het de potentiële) zijn op zich genomen niet problematisch. Problematisch wordt het bondgenootschap als men de ander niet meer als vijand maar als vriend gaat beschouwen, hetgeen de decennia lange onderfinanciering van defensie in ons land pijnlijk duidelijk maakt. Elk land dat namelijk tot de conclusie komt dat er enkel vijanden zijn, zal de uitgaven voor defensie tot een prioriteit maken. Politici die aan deze plicht verzaken vormen een bedreiging voor onze veiligheid en ons voortbestaan.
Besluit
Het vriend-vijand onderscheid van Carl Schmitt zal voor sommige te simplistisch lijken. Hoewel deze kritiek ergens terecht is, moeten we beseffen dat Schmitt louter een begripsbepaling van het politieke geeft en dat een uitgebreide en complexe uiteenzetting hier niet aan de orde is. “Ze geeft een begripsbepaling in de zin van een criterium, en biedt geen uitputtende definitie of omschrijving van de inhoud”, zegt Schmitt (37). Het moge daarenboven duidelijk zijn dat er verschillende manieren zijn om Schmitts begripsbepaling in de praktijk toe te passen. Dit artikel gaf slechts één van de vele mogelijke benaderingen.
Het vriend-vijandonderscheid is een eenvoudig criterium, maar met enorme gevolgen. Een sterk bewust zijn van Schmitts wezensbepaling kan maken of we zoals in 2014 amper 0,9% van het bbp aan defensie besteden of een dikke 4% van het bbp zoals Polen vandaag.
‘Een volk zal nooit vergaan’ weerklinkt in de tweede strofe van onze Vlaamse Leeuw. Beste lezer, dit is een leugen. In het verleden zijn er talloze volkeren vergaan door het onderspit te delven in een gewapend conflict. Ik besluit met de woorden van Carl Schmitt zelf: “Op grond van het feit dat een volk niet langer de kracht of de wil heeft zich in de sfeer van het politieke te handhaven, verdwijnt het politieke niet uit de wereld. Het enige wat verdwijnt is een zwak volk” (63).
Bibliografie
Schmitt, Carl en George Kwaad. ver. Het Begrip Politiek. Amsterdam: Boom, 2019.