Prof. Wim Schoutens: Geen utopisme, maar ethisch realisme

INTERVIEW

Wat is uw kijk op de zeer sterke economische regelgeving in Europa, met de Green Deal als stokpaardje?

Dit is een zeer brede vraag die een zeer breed antwoord impliceert. In het algemeen heb ik het gevoel dat we “en masse” in dat verdrag gestapt zijn zonder daar echt over na te denken. Anno 2019, toen het verdrag werd ingevoerd, was er een zeer sterke druk van buitenaf door o.a. de klimaatmarsen. In Europa doen wij heel hard aan “utopie denken” waar we willen leven in een wereld waar iedereen samenwerkt, zonder oorlog en luchtvervuiling maar deze denkwijze is gebaseerd op zaken die, mijns inziens, niet realistisch zijn. Ik denk dat we in een andere wereld leven, in een hele harde wereld, waar de economische macht, maar ook militaire macht domineren.

Zo zijn we blind in de Green Deal gestapt, zonder daarvan de concrete consequenties realistisch te bekijken, en die consequenties zijn gigantisch. Onze industrie heeft het de afgelopen jaren zeer zwaar te verduren gehad; kijk naar onze Antwerpse haven, de auto-industrie in het bijzonder in Duitsland enz. Dit moet men natuurlijk niet allemaal op de Green Deal steken, want ook onze energieprijzen zijn vele malen hoger dan in de VS of China, wat het zeer moeilijk maakt om internationaal competitief te blijven. Onze drang naar zogezegde duurzame energie heeft ons enorm afhankelijk gemaakt van energie back-ups uit Rusland en de Golfstaten. De wind is gratis en de zon schijnt gratis maar deze apparaten bouwt men niet zonder grondstoffen. Men moet rekening houden met het feit dat de zon niet altijd schijnt en de wind niet altijd blaast.

Daarenboven moeten Europese bedrijven ook nog eens “carbon emission certificates” aanschaffen wat bij mij zout in de wonde strooien is. Want dat is bijna dat je een patiënt die het heel moeilijk heeft, die bijna vecht voor zijn overleven in de intensive care, dan nog eens gaat zeggen, ja mannetje, maar nu moet je toch wel ook nog een dieet volgen en je moet nog dit en je moet nog dat. Heel veel van die geopolitieke keuzes en die groene Green Deal keuzes, die zijn nefast voor onze Europese industrie. En dan komt Ursula von der Leyen bijna doodleuk zeggen, ja de uitstap uit de kernenergie, dat was een strategische vergissing, maar ze gaat gewoon verder. De Europese droom, waar de Green Deal een groot deel van uitmaakte, is voor velen uiteengespat. Het heeft voor het klimaat niets uitgehaald, ons afhankelijk gemaakt en ons zeer veel geld gekost. We zijn over de laatste 10 van ongeveer een kwart van de wereldeconomie naar minder dan 20% van de wereldeconomie gegaan is, dus we verliezen terrein en vele mensen voelen dat, dat we terrein aan het verliezen zijn. Er zijn veel dingen waar we fier op mogen zijn in Europa; zoals onze democratie, sociale zekerheid en vele rechten en beschermingen van allerlei zaken. Helaas hebben we amper kwartalen met groei gekend en met enkel een moreel vingertje zullen we dit niet terug op orde krijgen.

Zoals u reeds heeft aangehaald, zijn er zeer veel “groene” verplichtingen in Europa. Bijvoorbeeld de zaken als, we moeten met elektrische auto’s rijden, kernenergie moet weggehaald worden en in plaats daarvan krijgen we windmolens of zonnepanelen. Maar zijn deze oplossingen effectief zo groen en duurzaam als men ons wil doen geloven?

Wel, het komt erop neer dat wij als Europa in zeker zin CO2 geëxporteerd hebben. In de zin van, je kunt wel zeggen dat een windmolen geen CO2 uitstoot, maar ja, de constructie van een windmolen: het beton, het staal, enz. dat dan ergens anders gemaakt is, dat is dan heel veel CO2 uitstoot.

Hetzelfde met die elektrische auto's. In zekere zin geeft dat hier geen uitstoot, maar langs een andere kant om al die producten zoals lithiumbatterijen te maken, dat is dan het CO2 probleem van een ander. We hebben dus onze milieuproblemen wederom geëxporteerd om onszelf in de illusie te zetten dat we goed bezig zijn terwijl de impact van bijvoorbeeld een elektrische auto zeker niet nul is. Uiteraard zullen ze op verschillende vlakken beter zijn dan diesel of benzine wagens maar op andere vlakken zijn ze zeker niet beter. Dus het is maar wat je in je vergelijkingen stopt van wat duurzaam is, welke ideale formule dat eruit komt. En dan moet ik vaststellen dat er daar heel selectief wordt mee omgegaan. Enerzijds kan onze grid geen elektrische auto’s aan, we kunnen nota bene niet eens onze bedrijven fatsoenlijk aansluiten op elektriciteit, laat staan een wagen voor ieder gezin en bovendien zijn die auto’s ook enorm duur. Men mag dat niet onderschatten wat dat betekent voor gewone gezinnen. Als ze in plaats van twintigduizend euro, veertigduizend euro moeten betalen voor een auto, dat betekent dat ze die twintigduizend euro niet voor iets anders kunnen uitgeven. Dit bijvoorbeeld aan de opleiding van hun kinderen, mentaal welzijn om eens te kunnen ontspannen van het drukke, stresserende leven. Dat is allemaal heel belangrijk en daar wordt geen rekening mee gehouden.

Uiteindelijk krijgen we dus andere vormen van vervuiling, bijvoorbeeld fijn stof, omdat ze zwaarder zijn op de weg. Dus langs de ene kant kan je zeggen, we hebben geen uitstoot, maar langs de andere kant zijn er heel veel andere problemen. Dat wordt zelden allemaal in rekening gebracht en daar zit altijd een politieke keuze achter. Voor mijn part, ik zie persoonlijk, en ik denk dat je dat voelt, dat de gewone mens eigenlijk hier slimmer is dan de politiek omdat ze doorhebben dat dit verhaal langs geen kanten klopt.

Begrijp met niet verkeerd, ik ben absoluut niet tegen groene alternatieven zoals elektrische wagens maar op dit moment zijn velen van die zaken gewoon suboptimale technologie. Met een elektrische wagen kan ik 300 kilometer rijden en als ik een hele dure koop, kan ik er 500 kilometer mee rijden, in theorie. Maar je gaat nooit tot op de laatste 10 kilometer rijden. Dus 100 kilometer voordat je batterij op is, moet je al laden. Ook kan ik in de zomer wat minder rijden, in de winter hetzelfde, indien ik een lichte botsing heb is mijn batterij kapot en heb ik enorm dure schade. Voor veel mensen is dit dus geen oplossing en ook het elektriciteitsverbruik is enorm groot. De elektriciteit in Europa is nu eenmaal fel gekoppeld aan de prijs van andere brandstoffen, in het bijzonder gas. Aangezien gas, benzine en olie fel gekoppeld zijn aan elkaar, hangt die elektriciteitsprijs redelijk fel samen met de olieprijs. Dat zie je nu ook door de crisis in Iran.

Het publiek stelt zich dus, terecht, enorme vragen bij dit alles omdat zij nu eenmaal in de realiteit leven en niet in ivoren torens. Deze mensen moeten zien rond te komen met een budget en dan moet men kunnen kiezen voor de optimale investering en niet voor suboptimale technologie. Dat is weer het realisme tegen het utopisme dat daar terugkomt.

Hoewel men eens had gezegd dat we in 2035 allemaal met een elektrische auto moesten rijden, geloof ik dat er in dat jaar veel minder elektrische auto’s zullen rijden dan nu. Die verplichtingen, wat in mijn ogen schandalig is en ons leidt tot een Sovjet planeconomie, eens die worden afgeschaft, zullen de mensen terug vrij kunnen kiezen.

Dit soort regelgeving nekt ook onze industrie, want zij moeten suboptimale oplossingen creëren die de klant eigenlijk niet wil. Daarom heeft onze Duitse auto-industrie het zo moeilijk en dan krijg je daar nog een Chinese tsunami van zeer goedkoop gemaakte auto's met geen milieuregelgeving die dan gedumpt worden in Europa. Ja, dan nek je niet alleen de sector maar ook de innovatie in die sector. Als ik kijk naar met welke auto’s ik gereden heb en hoe fel deze auto’s zijn vooruitgegaan op het vlak van uitstoot, motoren, enz. dan zie ik echt het verschil. Bijvoorbeeld de nieuwe dieselmotoren die naar mijn aanvoelen een enorme verbetering waren. Als ik achter een oude diesel rijd, dan ruik ik het maar als ik achter een nieuwe diesel rijd, dan ruik ik het niet meer.

Zo voel ik dat met zeer veel van die zogezegde ecologische innovatie men twee stappen terugneemt om één stap vooruit te zetten. Daarom pleit ik voor de individuele keuze, zonder planeconomie. Omdat ik denk dat heel veel mensen en gezinnen gewoon heel rationeel omgaan met hun budget, met hun leven en daarin keuzes maken die ik allemaal zeer verdedigbaar vind. Maar het was zo dat bepaalde keuzes moreel superieur waren ten opzichte van andere. Ik geloof dat mensen vrijlaten in hun keuzes, veel sneller tot optimale beslissingen en innovaties zal leiden.

Je moet je winst en je risico, moet je optimaliseren. Reward maximaliseren, risico minimaliseren en daar een balans in vinden, dat is een wiskundig probleem. Ik heb in besprekingen gezeten waar het niet meer over dit ging maar enkel over de groene richtlijnen, om gek van te worden!

Het probleem tot slot is, wanneer wij zo’n rigide regelgeving implementeren, het ons ervan weerhoudt om te investeren in bepaalde bedrijven. Ook hier weer denkt Europa dat het de hele wereld is, maar als wij niet in deze bedrijven beleggen, zullen anderen het doen. En dan hebben we het over Dubai, Abu Dhabi enz. die hier wel in kunnen investeren, waardoor wij als Europa achter blijven. Ik voer een pleidooi voor wat ik noem ethisch realisme. Niet utopisme, maar ethisch realisme. In de harde werkelijkheid moet je harde keuzes maken.

Wat ik hieruit begrepen heb, is dat we met al deze regelgevingen eigenlijk het meeste onze jongere generatie belasten, onze toekomst als het ware. Deze regelgeving lijkt soms te “idioot” voor woorden. Denkt u werkelijk dat de beleidsmakers geen benul hebben, of gelooft u misschien dat er ergens bewust gelobbyd is?

In het algemeen hebben zeer grote bedrijven voordelen bij sterke regulering. Omdat zeer grote bedrijven de capaciteit hebben van advocaten en consultants om dat allemaal uit te pluizen. Een kleine KMO die een duurzaamheidsmanager moet aannemen kost hem gigantisch veel en levert economisch niets op, hoewel hij dit geld niet kan ophoesten. Het zou me niet verbazen dat heel grote ondernemingen daar ook wel een beetje voor pushen om een sterke regulering te hebben. En dan vind ik het net de taak van de overheid om dat in te zien, dat zo’n regulering heel nefast is voor de competitie en de diversiteit in onze economie.

Zelf heb ik voor Europa gewerkt als consultant over competitie in de Europese markt na de bankencrisis. Daar was het mijn taak om erop toe te zien dat sommige instanties niet verstikkend werkte op de economie. Bijvoorbeeld dat bepaalde, grotere, banken wel en kleinere banken niet werden gered. Langs de ene kant ben ik voor de vrijheid van ondernemen, een hele grote vrijheid. Maar vanaf het moment dat de competitie verstorend wordt, dan denk ik dat we toch als maatschappij moeten waakzaam zijn en grenzen moeten stellen en regulering werkt daarvoor vaak in het verkeerde kamp.

Grote bedrijven weten heel goed wat er gaande is in Brussel. Die hebben daar kantoren, lobbyisten zitten, die weten exact wat er gebeurt in het Europees theater, wat er in de pijplijn zit van regelgeving. En die zullen daar altijd op inwerken. Ze hebben daar ook het geld voor om dat te doen. En dan hebben we het op de Googles en de X's en de Facebooks en de Metas en weet ik veel wat allemaal, tot op de farmaceutische industrie, tot op de energie-industrie. Die weten dat allemaal. Wie dat dan niet weet, is half of zelfs heel de KMO-wereld van België. Op zo’n moment vind ik het dan een nationale taak om onze bedrijven te beschermen.

Ik geloof meer in dat een land een natie is en dat dat zijn eigen belangen moet dienen. En dat grotere belang dat wordt te pas en te onpas vaak gebruikt als het goed uitkomt. Maar in mijn hoofd, het eerste wat je moet doen, is je eigen belang van je eigen land dienen. Ik vind het hallucinant als daar aan getwijfeld wordt. Ik verkies iemand, een politicus, die dan in het parlement gaat zitten, en ik verkies die persoon toch om mij te representeren en eigenlijk voor mijn belangen op te komen. En niet voor de belangen van mensen waarmee ik niets mee te maken heb. Als Europees politicus is het toch de eerste taak om op te komen voor de mensen in Europa? Maar het principe dat de eerste taak is voor je eigen bevolking op te komen en dan daarna te kijken hoe we ermee omgaan, hoe we omgaan met migratie, hoe we omgaan met illegalen, hoe we omgaan met criminaliteit, hoe we omgaan met al die zaken, dat is de tweede taak. Maar de eerste taak is je moet voor je eigen burgers zorgen. Wat is anders de zin van democratie en verkiezingen? Wie dit niet doet, ondermijnt bij mij het contract tussen burger en politiek wat enorm gevaarlijk is voor de democratie.

Ik vind dat we in gevaarlijke tijden komen. En dat zie je dan in wat ze noemen, de polarisatie. Maar ja, polarisatie is voor mij het volk dat spreekt. Als er polarisatie is, wil dat zeggen dat de huidige regeringen niet hebben geluisterd naar het volk. Er zit een zeer grote discrepantie tussen wat elitaire kringen beweren de waarheid te zijn en wat de vrouw of man in de straat denkt.

En ik denk dat veel mensen, en ook jullie generatie en de dertigers enzovoort, dat heel veel beginnen te voelen. Dat ze zeggen van “dit is toch niet allemaal zo veilig als het vroeger was”. En ik denk dat dat de schuld opnieuw is van een politieke elite die utopisch heeft gedacht, utopisch beleid heeft gevoerd, globalistisch beleid wat de natiestaat minder belangrijk maakte dan de rule of international law, die enkel naar boven komt als het de belangen dient van wie het aanhaalt.

Je moet een realisme aan de dag brengen waar je ziet dat de problemen eenmaal hard zijn, dat het er geopolitiek hard aan toegaat en dat we best al mogen blij zijn dat het hier goed is en fier mogen zijn dat we zeker een vrijheid hebben in alle aspecten en dat we dat moeten verdedigen, maar dat we eigenlijk moeten zorgen dat we daar eerst onszelf beschermen.

En dan voel ik bij mijn generatie en de uwe de vraag komen “Wanneer zullen we eindelijk een u-turn maken?” Maar Europa is een olietanker die je niet zomaar van koers verandert. In Amerika, wees er voor of wees er tegen, is het simpel. We kiezen een president voor 4 jaar en dat zal het gevoerde beleid zijn van die 4 jaar. Mensen in Europa mogen zo rechts of zo links stemmen als ze willen binnen een land, als het andere land niet volgt, blijft er een status-quo. En de tanker trekt dan een beetje naar links of naar rechts maar in se blijft men dezelfde koers varen.

Dus ik denk eerder dat we naar een Europa moeten gaan van natiestaten waar er kleine allianties kunnen gebeuren, waarbij België kan zeggen dat ze met Nederland samenwerken of met Duitsland samenwerken of met Frankrijk samenwerken. En hoe meer, hoe beter maar niet dat men dit top-down gaat controleren met regelgeving. Als in, we willen een bepaalde wet doorvoeren maar land A stelt zijn veto, krijgt hiervoor boetes enz. Het is dit land haar recht om een veto te stellen, dat zijn de regels die Europa bepaald heeft, leef er dan ook naar.

Er is heel veel melancholie naar de hoogdagen van de Europese en de Amerikaanse cultuur, de jaren 80, 90, early 2000s, die tijd. En ik vroeg me eigenlijk af, denkt u dat het nog mogelijk is überhaupt om rechtsomkeer te maken?

Ik denk dat, en ik denk dat het aan die jongere generatie is om dat te doen, samen met de andere generaties die daar ook voor openstaan. En ik zie eigenlijk al best heel veel veranderen. Er zijn zaken waar ik een paar jaar geleden amper kon over spreken, publiekelijk alleszins. En dan hebben we het over deze zaken van de Green Deal en het klimaat enzovoort, waarbij elke kritiek in een extreme hoek werd gezet. Van complotdenker tot zogenaamd extreem rechts of extreem links, alsof mensen geen meningen meer mogen hebben.

Ik heb dat aan de lijve meegemaakt, van kritiek dat ik gaf op de Greendale-conferenties, waar er een ijzige stilte kwam en dan toch in de coulisses werd gezegd “Ik ben blij dat je het vertelt, want ik durf het niet zeggen”. Recent nog met dat Euroclear verhaal waar men eindelijk mocht zeggen “We zijn de oorlog met Rusland niet aan het winnen.” Het verschil in dat men mocht zeggen dat we er niet goed voorstaan tegenover dat utopisch denken van “we moeten de vijand verslaan” was echt wel een goede evolutie.

Ik merk dat hier ook aan de universiteit. Je kunt al wat kritiek hebben op het hele sustainability-beleid, zonder gelabeld te worden. Ik schrik ervan hoeveel collega's heel veel dingen in vraag beginnen te stellen. Er is bijvoorbeeld een reisbeleid bij ons aan de KU Leuven waar ik nooit ben ingestapt om verschillende redenen. Er is bijvoorbeeld een CO2 vergoeding die men dan moet betalen maar ik heb geen flauw benul van wat de universiteit doet met dat geld. Ook het belastinggeld is door de belastingbetaler gegeven om onderzoek te doen. Dat geld is niet door de belastingbetaler gegeven om projecten in Ethiopië te financieren of om nieuwe beeldschermen aan te kopen, of om online meetings te faciliteren. Ik ben hier niet in meegegaan, verschillende andere proffen die ik kende hebben dat ook niet gedaan, maar de meerderheid, de absolute meerderheid, niet. Waarom? Je zou wel eens verkeerd kunnen bekeken worden als je dat doet. En vele geloofden het misschien zelf, dat het enigszins hielp.

Ik denk dat er wel nog veel kan veranderen, ik ben daar hoopvol in en ik was daar lang niet hoopvol in omdat ik geen verandering zag. Of toch, ik had het gevoel dat er maar een beperkte groep mensen kritiek had op heel veel van die dingen die allemaal, volgens mij, gerelateerd zijn. Maar ik denk dat vele het nu beginnen door te hebben. En je ziet dat ook eigenlijk in de verkiezingsuitslagen. Het feit dat men naar de extremen gaat, betekent eigenlijk dat veel mensen het doorhebben. Uiteindelijk zie je dat de politiek een bocht maakt. Dat is wel hoe een politicus werkt. Vanaf het moment dat hij voelt dat zijn herverkiezingen in de problemen komen, maakt hij een bocht. Ursula van der Leyen maakt nu een bocht. Ik denk van, hoe is dat nu mogelijk dat je dat met zo'n straalgezicht kunt doen? Dat ik denk, hoeveel bochten ga je nog nemen en hoeveel geloofwaardigheid verlies je, omdat je altijd een bocht neemt, omdat je je fundamentele dingen niet meer aanvoelt. Maar dus, politici zijn heel goed in bochten nemen. Soms verraden ze hun eigen ideologie, of waar ze het achter voor stonden. Als je er toch een bocht maakt, is het geen ideologie, dan is het wel een instrument. Je zit daar eigenlijk met een gigantische administratie en ook een Europese administratie met heel veel mensen, in Europa dan nog zeer goed betaald, en die eigenlijk aan de knoppen draaien en eigenlijk niet liever hebben dan dat ze aan die knoppen blijven zitten.

Ik denk dat men daar heel hard op moet gaan ingrijpen. Dat heel veel van die zaken als de regelgeving eigenlijk moeten volledig afgeschaft worden. En dus ja, ik hoop dat men richting zo'n zaken gaat waarin men heel veel van die dingen gaat zeggen van nee, we gaan dat volledig afschaffen en terug naar de natiestaat gaan. En een natiestaat die functioneert in een Europa van landen waar we eigenlijk samenwerkingen zoeken met een gelijkaardige visie, omdat we ook een gelijkaardige geschiedenis hebben van een continent met wereldoorlogen, een continent waar er een soort van traditioneel-christelijke cultuur was, dat heeft zijn roots daar.

Eindelijk zie ik ook die bewegingen van jongeren, dat men niet meer zo naïef is, dat men eigenlijk met de voeten op de grond realistisch staat na te denken. Weg uit “My Little Ponyland” en terug naar de realiteit, eigenlijk. En dan kun je je realiteit alleen maar veranderen, denk ik, als je de realiteit onder ogen kunt zien. Als je in My Little Ponyland leeft, dan gaat dat nooit je realiteit veranderen. En ik heb het gevoel dat veel jongeren echt wel meer in de realiteit staan en ook wel de problemen zien.

Maar een verandering komt soms een beetje met een strijd. Je hebt mensen die willen vasthouden aan het bestaande. En je hebt mensen die daar eigenlijk weg van willen, maar in een andere richting. Je hebt mensen die nog meer utopischer willen denken en je hebt mensen die nog realistischer willen worden. En dat gaat wel een clash geven. Laten we hopen dat de democratie en de rede daar winnen.

En om het interview af te sluiten, professor Schoutens, vraag ik u graag nog eigenlijk de standaardvraag, de standaardeindvraag bij al onze interviews. Wat is uw favoriete biertje?

Ik drink met de jaren minder en minder. Maar ik heb altijd de Delvaux heel lekker gevonden, van daar de brouwerij Delvaux. Voor de rest drink ik alles hoor.


Meer lezen? Abonneer je nu op Ons Leven!