Zijn experten de nieuwe politici?

OPINIE

Begin juni maakte minister van Justitie Annelies Verlinden via de media bekend een voorstel klaar te hebben liggen omtrent de abortuswetgeving. Verlinden wil de huidige termijn van 12 weken optrekken naar 14 weken, alsook de bedenktijd van 6 dagen naar 2 dagen brengen. De progressieven staan op hun achterste poten en proclameren in koor: “de experten zeggen 18 weken, dus moet het 18 weken zijn!”. Maar wie zijn die experten waar de linkerzijde en liberalen steeds naar verwijzen, en wat is überhaupt de rol van experten in politieke besluitvorming?

Dit artikel gaat na wat de rol van experten is en moet zijn in politieke besluitvorming. Hierbij neem ik de casus van de geplande wijziging van de abortuswetgeving als voorbeeld. Ik geef in dit artikel geen argumenten pro of contra abortus, maar neem uitsluitend het expertenrapport onder de loep.

Ondertussen is de discussie rond abortus tijdelijk gaan liggen. Het kernkabinet heeft namelijk besloten de deadline waarop een beslissing moet genomen worden te verleggen naar 1 december. Desalniettemin beheerste het abortusdebat twee weken lang de politieke actualiteit. De Vivaldi-regering had in 2021 een Wetenschappelijk Comité bevolen een rapport te laten opstellen omtrent de abortuspraktijk in België. Dit rapport verscheen in het voorjaar van 2023 en deed de gemoederen in juni weer hoog oplopen, net zoals in de aanloop naar de verkiezingen van 2024. Toen werd het abortusdebat nog enigszins gevoerd met argumenten. Thans is de abortusdiscussie volledig gereduceerd tot het al dan niet volgen van het expertenrapport, waarbij ik mij afvraag hoeveel politici het volledige rapport daadwerkelijk gelezen hebben.

Expertenrapport

Het Wetenschappelijk Comité bestond uit zeven leden, aangevuld met 28 collega’s uit verschillende disciplines. De zeven leden waren afkomstig van de zeven Belgische universiteiten die een volledige artsenopleiding aanbieden. Het Comité telde twee voorzitters. De eerste voorzitter, Yvon Englert, is gynaecoloog en was van 2016 tot 2020 rector van de ULB. Yvon ijvert al decennia voor een versoepeling van de abortuswetgeving en is daarnaast ook actief voor de PS in Brussel. De tweede voorzitter is Kristien Roelens. Zij is verbonden aan de UGent en eveneens gynaecoloog. Beide waren bij aanvang van het onderzoek reeds duidelijke voorstanders van een versoepeling van de abortustermijn. Veel bijkomend onderzoek was er voor dit Comité dus niet nodig om tot een aanbeveling te komen van minstens 18 weken wat betreft de abortustermijn.

Een volledige analyse van het rapport past niet binnen het bestek van dit artikel en ik beperk mij daarom tot enkele kritische bemerkingen. Met een kleine 300 bladzijden is dit rapport zeer uitgebreid, doch verre van volledig. De experten kregen de opdracht om de abortuswet en -praktijk te evalueren. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de lezer op zo goed als elke bladzijde om de oren wordt geslagen met verwijzingen naar rechtsverdragen en wetten, zelfs wanneer dat niet de opzet van het hoofdstuk is. Men vraagt zich bij het lezen al snel af waarom niet twee juristen dit Comité hebben voorgezeten, in plaats van twee gynaecologen.

Dat de historische achtergrond en abortuswetgeving aan bod komen in zo’n rapport is op zich een goede zaak. Toch zal iedereen het erover eens zijn dat de federale overheid geen subsidies heeft gegeven aan dit Comité om enkel en alleen ons geheugen op te frissen omtrent de wetgeving over en geschiedenis van abortus. Het is een gemiste kans om ook andere aspecten aan bod te laten komen, zoals de biologische kenmerken van de foetus bijvoorbeeld.

Na 100 bladzijden vol geschiedenis en wetten te hebben doorsparteld gaat het in hoofdstuk vier over de analyse van ethische principes. Dit hoofdstuk behandelt eigenlijk als enige ook het ongeboren leven. De eerste paragraaf is echter wederom een opsomming van rechten (van de vrouw) die de auteurs in hun eigen voordeel interpreteren. In de tweede paragraaf: “Morele status van het embryo/de foetus”, hebben de auteurs vervolgens aan een halve bladzijde genoeg om mee te delen dat wie daar meer over wil weten maar zelf de beschikbare literatuur moet raadplegen.[i]

Uiteraard komen er in de daaropvolgende paragrafen wel degelijk een aantal onderwerpen over de foetus aan bod. Eén daarvan, het moment waarop pijnperceptie ontstaat, speelt voor CD&V een belangrijke rol in het abortusdebat. Volgens de onderzoekers kan een foetus pas vanaf 22 weken na de bevruchting pijn ervaren.[ii] Voor dit standpunt baseren zij zich op een verslag van het Britse Lagerhuis. Wel geven ze toe dat reeds voor de 12de week de foetus lichamelijk reageert op aanrakingen die pijn zouden veroorzaken. Bewust van die pijn zou de foetus echter niet zijn volgens de onderzoekers, wegens een onvoldoende ontwikkeling van de hersenen. Het ontbreken van de pijnperceptie (volgens enkele onderzoekers) is volgens mij echter geen argument om niet te spreken van een persoon.

Wanneer kunnen we spreken van een persoon? Deze vraag staat in bijna elke abortusdiscussie centraal. Het Comité stelt dat: “Filosofische criteria die gewoonlijk worden gehanteerd om de status van een persoon vast te stellen, niet volledig of allen kunnen worden toegepast op foetussen.”[iii] De “filosofische criteria”, waar de experten naar verwijzen, zijn in feite de criteria van één filosoof: Mary Warren (1946-2010).[iv] Warren was naast professor ook een gedreven feminist en pleitbezorger van abortus. De experten nemen hier, maar ook elders, niet eens de moeite om hun vooringenomenheid te verbergen.

De positie waarbij het embryo vanaf de bevruchting als persoon wordt gezien, doet het Comité af als “radicaal”.[v] “Deze positie kan worden beschouwd als radicaal”, zo zegt het Comité, “in die zin dat het een grotere morele waarde toekent aan het leven van de foetus dan aan het leven van de zwangere vrouw.”[vi] Deze stelling is ronduit onwaar. Het leven van de zwangere vrouw staat in dit land tijdens een zwangerschap zelden tot nooit op het spel. Bij het strafbaar stellen van abortus (en dus het dragen van het kind tot aan de bevalling) zal de moeder bijna nooit het leven laten. Bij het wettelijk toestaan van abortus, zal het leven van het embryo/de foetus altijd, en per definitie, beëindigd worden.

Aanhangers van deze zogezegde radicale positie, kennen geen grotere waarde toe aan het leven van de foetus dan aan dat van de vrouw. In werkelijkheid wordt een grotere waarde toegewezen aan het in leven houden van een foetus met een eigen en uniek DNA, dan aan de sociale omstandigheden van de vrouw die onderhevig zijn aan verandering, en dus ook verbetering.

Rol van experten in politieke besluitvorming

De aangehaalde bemerkingen zijn slechts enkele van vele die de vooringenomenheid van het Comité aantonen. Het zijn echter niet déze punten die het politieke debat rond abortus domineren. Hét gespreksonderwerp vinden we helemaal achteraan in het verslag. Daar vinden we namelijk 25 aanbevelingen (lees: wetsvoorstellen) waaronder de bekende “18 weken”. Het meegeven van wetsvoorstellen overstijgt de bevoegdheid van een Wetenschappelijk Comité. Dit is niet alleen mijn mening, ook prof. Stefan Rummens is het met mij eens.

Stefan Rummens is professor politieke filosofie aan de KU Leuven. In de podcast Het Kwartier op VRT verdedigt hij de keuze van minister Annelies Verlinden om in haar wetsvoorstel af te wijken van de adviezen van het Wetenschappelijk Comité. De experten, zo zegt Rummens, zijn in het rapport te ver gegaan door op het einde zelf een conclusie te trekken en wetsvoorstellen aan te reiken. “Experten moeten voldoende bescheiden blijven”, zo zegt Rummens, “en hun wetenschappelijke beperkingen erkennen. Ze mogen geen waardegeladen conclusies trekken uit wetenschappelijke feiten.”

De uitspraken van prof. Stefan Rummens zijn naar alle waarschijnlijkheid geen gevolg van een vermeende anti-abortus-overtuiging. Veeleer is hij een pleitbezorger van de democratie en ziet hij elke mogelijke inmenging van experten – terecht – als een bedreiging voor deze democratie. Het zou absurd zijn om toe te laten dat een 7-tal onverkozen en vooringenomen ‘experten’ over zulke gewichtige zaken het beleid voeren.

Conclusie

In dit artikel gaf ik een conservatieve kritiek op de partijdigheid van de experten, die duidelijk voor een versoepeling van de abortuswetgeving pleitten. Indien de zaken omgekeerd waren en het Wetenschappelijk Comité hoofdzakelijk uit experten bestond die openlijk afwijzend staan tegenover een versoepeling van de abortustermijn, zou er vanuit de pro-abortusbeweging terecht een progressieve kritiek kunnen komen. Iedereen heeft een ideologische overtuiging, ook wetenschappers. Abortus is een thema bij uitstek waar naast wetenschappelijke bevindingen, ideologie een grote rol speelt – bij beide kampen.

Maar al te vaak krijgen conservatieven, gelovigen en zelfs CD&V, het verwijt niet neutraal te zijn. Allereerst stel ik mij de vraag in hoeverre de gemiddelde CD&V’er nog beïnvloedt is door de katholieke leer. Daarnaast is het een illusie te denken dat alleen conservatieven en gelovigen beïnvloedt zijn door hun ideologische en religieuze overtuiging. Het atheïsme is namelijk evenzeer een religieuze stellinginname die een invloed heeft op het standpunt bij ethische thema’s. Bovendien is het verregaand toekennen van rechten aan personen een gevolg van het politieke liberalisme, en dus een gevolg van een ideologische overtuiging. Hierbij moet alles wijken voor de allerheiligste vrouwenrechten, waarbij ze voor alle duidelijkheid niet alluderen op de ongeboren vrouwen in de baarmoeder.

Wetenschappers hebben zeker een rol binnen politieke besluitvorming, niet als makers van wetten, maar als doorgevers van wetenschappelijke feiten en gegevens. Maar ook het doorgeven van wetenschappelijke informatie is niet automatisch neutraal. Dit expertenrapport toont dat wat in de evaluatie ter sprake komt, sterk beïnvloedt is door de eigen normen en waarden. In een democratie is het aan verkozen politici om wetten te maken, waarbij zij het recht hebben een wetenschappelijke rapport naast zich neer te leggen.

Bronnen

Uit: Wetenschappelijk Comité ter evaluatie van de abortuswet- en praktijk
in België. Studie en evaluatie van de abortuswet- en praktijk in België. April 2023.
[i] Blz. 106
[ii] Blz. 107
[iii] Blz. 109
[iv] Blz. 109
[v] Blz. 118
[vi] Blz. 118